Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 169

2 minuten leestijd

DENKEN EN GELOVEN TEN AANZIEN VAN DE EVOLUTIE VAN HET WETEN (Referaat van Prof. Dr. C. A. van Peursen) *) Inleiding Elke dag kan men ervaren dat er verschuivingen optreden in de taal. Zo hebben uitdrukkingen als „Freie Deutsche Jugend" en „Demokratie" in Oost-Duitsland een geheel andere betekenis als in West-Duitsland. Naast zo'n ruimtelijk-afhankelijke betekenisverschuiving treedt er ook een tijdsafhankehjke betekenis-verandering der woorden op in de geschiedenis, en bij de versnelde processen die zich afspelen in de ontwikkelingslanden (denk aan het woord „persoon"). In de huidige fase der mondiale cultuur is de taal in versnelde ontwikkeling geraakt. Het is van belang op dit verschijnsel te wijzen. Het is nl. zo dat wij de wereld door onze taal heen zien. Het snel verschuiven van de denktaal heeft dan ook ver reikende consequenties, en roept belangrijke vragen op: denk aan de wetenschaps-sociologie, de psychologie der wereldbeschouwingen, de metabletika, e.a. De belangrijkste vraag die hier oprijst is: wat voor mechanisme zit er achter deze versnelde verschuiving; is alles sociologisch bepaald, of wel historisch? En vervallen we daarmee tot relativisme? Bij de bezinning hierop blijkt dat er nog iets wezenlijkers aan de hand is: we staan niet in een statische werkelijkheid. Enerzijds blijkt de natuur niet onveranderlijk te zijn (denk aan de evolutie), anderzijds is de werkelijkheid niet zo maar gegeven. Dat wat wij „werkelijkheid" noemen en de aspecten daarvan, wordt immers gezien door onze (collectief-subjectieve) taal heen. Men kan zelfs stellen dat het tot het wezen van de werkelijkheid behoort dat we haar pas doorhebben d.m.v. onze taal. De mens moet dus gezien worden als interpretator en poëet van de werkelijkheid. Het subjectivisme is dan overwonnen in de idee van een werkelijkheid, die om interpretatie vraagt. *) Drs. D. Nauta, medewerker in het Filosofisch Instituut der R.U. te Leiden, assistent van prof. van Peursen, heeft het volgende verslag van het door prof. van Peursen 3 april 1965 op de Landdag van de Christelijke Vereniging van Natuur- en Geneeskundigen gesprokene opgesteld. Prof. van Peursen heeft zich met het verslag accoord verklaard.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 169

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's