Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 144

2 minuten leestijd

112

A. L. JANSE DE JONGE

er naar ziekte eenheden af te grenzen en als een vaste substantie te beschouwen, bijv. „de" schizophrenic. Bleuler Sr. en Bonhoeffer begonnen die begrenzing van ziekte eenheden reeds aan te tasten en in de loop der jaren ging men niet meer spreken van ziekte eenheden maar van syndromen. De sjTidromenleer op psychiatrisch gebied is een typisch voorbeel van functioneel denken. Ook deze opvatting bleef niet onaangevochten. Jongere generaties aanvaardden niet meer een syndroom als zinvolle samenhang van symptomen zonder meer. Terwijl de syndromen vaak werden opgesteld met behulp van een intuïtieve klinische blik tracht men tegenwoordig elke toevalligheidsfactor en onzekerheid uit te sluiten door te komen tot een statistische vorm van zekerheid omtrent de samenhang van de symptomen. Het gaat niet meer in de eerste plaats om de psychopathologische vraag of er functionele samenhang is tussen de symptomen, maar of men deze langs mathematische weg kan bewijzen. Zo is in de moderne Amerikaanse psychiatrie het operationele gezichtspunt zeer sterk naar voren gekomen. Men begint langs statistische weg bepaalde clusters van symptomen af te grenzen en trarht

dan te komen tot een operationele differentiatie van deze

clusters en probeert te onderzoeken welke betekenis deze cluster heeft in het geheel van de psychopathologie. Het is duidelijk dat op deze wijze de grotere vragen op de achtergrond raken. Men kan dit betreuren, maar anderzijds toch ook geboeid worden door het feit dat zovelen tegenwoordig enthousiast met operationele werkwijzen bezig zijn en daardoor blijkbaar in hun wetenschappelijk werk een zekere bevrediging vinden. Men kan er over speculeren of deze verschuiving samenhangt met de geest van de tijd, men kan zich ook afvragen of deze verschuiving, die men zich op vele terreinen ziet voltrekken, iets te maken heeft met het probleem van weten en geloven. Dit laatste nu is een moeilijk te beantwoorden vraag. Ik meen dat evenmin als men een te scherpe tegenstelling moet maken tussen natuurwetenschappelijk en geesteswetenschappelijk, men een tegenstelling moet forceren tussen weten en geloven. De moderne onderzoeker heeft naar ik meen terecht ingezien dal een te grote lust tot systeem-bouwen nog niet hetzelfde is als het bezitten van een geloofsvisie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 144

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's