Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 142

2 minuten leestijd

no

A. L. JANSE DE JONGE

7/. „Weten en geloven" Wat heeft dit alles te maken met het probleem van weten en geloven? In de eerste plaats mag wel gesteld worden dat de medicus weinig geneigd is tot abstract denken. De medische philosophic is dan ook beperkt van omvang. Het is ongetwijfeld waar, dat wanneer de arts zich bezint op de vragen waarmee hij geconfronteerd wordt, hij zich kan verdiepen in de kennisleer van de geneeskunde, in de methodologie, in de vragen van ethiek en moraal en ook in de wijsgerige anthropologic. Het is dan ook niet geheel juist dat Vestdijk in zijn onlangs verschenen boekje: „De zieke mens en de romanliteratuur", zegt dat er geen philosophic van de ziekte is. In de loop der jaren zijn telkens weer pogingen daartoe gedaan. Zo is er een tiental jaren geleden nog een boek van Von Weizsacker verschenen, getiteld „Pathosophie", dat een fundamenteel werk wil zijn op het gebied van de medische philosophic. Geheel bevredigen doet een dergelijk boek niet en anderen zijn dan ook wat voorzichtiger geweest, zoals bijv. de psychiater Von Gebsattel, die een zeer interessant werk geschtreven heeft, getiteld „Prolegomena einer medizinischen Anthropologic". De voorzichtigheid blijkt al uit het feit dat hij spreekt van „Prolegomena", en voorts is het hem die dit boek raadpleegt wel duidelijk dat hier van een systematische benadering van de medische anthropologic geen sprake is. Anderzijds zien we wel dat tal van psychiaters een zekere affiniteit vertonen ten opzichte van de wijsbegeerte, hetgeen alleen al blijkt uit het feit dat veel psychiatrische systemen de algemene geestelijke stromingen van een bepaalde tijd weerspiegelen. Zo vindt men in die systemen het oude en het nieuwe positivisme terug, het sociologistisch denken, het existentialisme, etc. Dit wijst op een zekere geesteswetenschappelijke inslag van de psychiatrie en ook thans bestaat nog wel de behoefte tot een zekere systematisering en doordenking van de achtergrondsproblemen. Een uitstekend voorbeeld op dit gebied is het boek van von Uexküll waar ik reeds even op wees. Dit boek is als voorbeeld daarom zo belangrijk, omdat het een voortreffelijke synthese geeft van medisch-psychologische en anthropologische gezichtspunten, zonder ergens tot een verwrongen voorstelling van zaken te komen. De grote systeembouwers, zoals Jaspers, Binswanger, Freud en Jung, raken wat op de achtergrond. Er is na de eerste wereldoorlog

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 142

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's