Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 283

2 minuten leestijd

OVER DE MASSA'S VAN KERNEN

235

van deze doublet methode heeft men met de grootste nu vervaardigde massaspectrografen een nauwkeurigheid van 1 op 10''' tot 1 op 10^ weten te halen. Dit betekent dat men bijna het massaverschil van een normaal en een metastabiel Helium atoom zou kunnen bespeuren. Al spoedig bleek, dat de gemeten massa's van atomen, bijvoorbeeld uitgedrukt in de nu gebruikte eenheid van 1/12 van de massa van een i^c atoom ook geen gehele getallen waren. Het verschil met het meest nabij gelegen gehele getal is meestal enkele promilles. Langevin correleerde in 1913 dit massaverschil met een energie en paste zo voor de eerste keer de massa energie relatie E = mc^ van Einstein toe in de Kernfysica. Dit was zeer belangrijk voor de ontwikkeling van de Kernfysica, maar anderzijds ook voor de verificatie van deze relatie zelf. Want ondanks het algemeen aanvaarden van het verband tussen massa en energie, bleef het lange tijd een open vraag of alle massa, zonder residu, om te zetten was in energie. Het bevestigend antwoord op deze vraag werd vanuit de Kernfysica gegeven; in het begin der dertiger jaren toonden namelijk Blackett, Occhialini en Klemperer met hun beroemde experimenten aan paarvorming en annihilatie aan, dat de massa's van elctronen en positronen geheel kunnen verdwijnen, waarbij de gecorreleerde energie vrijkomt. Twee deeltjes, een positron en een electron beide met massa m, bleken elkaar bij annihilatie volledig te kunnen vernietigen, waarbij een energie 2mc2 vrijkwam. Voor de bepaling van de massa's van kernen heeft de toepassing van deze relatie nog een belangrijke consequentie. Op grond van deze relatie is het namelijk mogelijk ook met energiemetingen de massa's van kernen te bepalen. Met name de massaverschillen van kernen kunnen uit metingen van de energieën van de stralingen van radioactieve isotopen of uit de metingen van de drempelenergieën van kernreacties bepaald worden. Onder het laatste versta ik dan de minimale energie die een deeltje moet hebben om in wisselwerking met een kern een kerntransformatie te kunnen bewerkstelligen. Om dan uit het totaal der experimentele gegevens met inachtneming der verschillende foutengrenzen zo nauwkeurig mogelijk de massa's van atomen te berekenen is onder anderen door Wapstra veel werk gedaan. De nauwkeurigheid der resultaten is bijvoorbeeld voor een massa in de buurt van 30 massa-eenheden beter dan 1 op lO^. Alvorens enkele opmerkingen te maken over de interpretatie der

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 283

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's