1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 111
WETEN, DENKEN EN GELOVEN T.A.V. EVOLUTIE
83
aan dat van adulte chimpansees en gorillas, evenals op de lange groei-periode, de late geslachtsrijpheid, en de hoge ouderdom. Kortom, Portmann ziet de mens reeds op het biologisch vlak als een uitzonderlijke soort. Vanzelfsprekend is ons vi'einig of niets bekend van de betreffende verschijnselen bij onze Pleistocene voorouders, maar het is duidelijk dat de karakteristiek van de huidige mens niet uitsluitend ligt in zijn mentale capaciteiten. Deze constatering is voor het biologisch denken belangrijk daar te voren, juist ter vdlle van de evolutie-gedachte, de nadruk ongeveer een eeuw lang gelegen heeft op de talrijke punten van overeenstemming tussen mens, anthropoiden en de overige zoogdieren. Een tweede ontwikkeling betreft het feit dat men er in toenemende mate in natuurwetenschappelijke kring oog voor krijgt dat in het kader van de evolutie-gedachte de speciale eigenschappen van de mens in gedrag en cultuur een werkelijk belangrijk en moeilijk probleem vormen, waaraan ook van biologische zijde aandacht geschonken behoort te worden. Een bijzonder goed overzicht van deze vraagstelling geeft Paul Overhage i. In zijn uitgebreide studie vat hij ergens deze menselijke karakteristieken als volgt samen: „ . . . . doch mochten wir mit geistgepragtem oder humanem Verhalten alles bezeichnen, worin die besondere Aktivitat des Menschen und die für ihn kennzeichnende Eigenart seines Verhaltens sich offenbart: die Merkmale seiner Innerlichkeit, seine Weltoffenheit und die Art seiner Weltorientierung, das Ausdrucksmittel seiner Sprache, sein Abstraktes und begriffliches Denken, seine Entscheidungsfreiheit und die Geschichtlichkeit seiner Daseinsform und Sozialstruktur, dazu den gesamten Reichtum der von ihm zur Meisterung und zum inneren Verstehen des Daseins geschaffenen Bewaltigungsmittel in Werkzeug (Technik), Wissenschaft, Kunst, Philosophie und Religion und die von ihm gepflegte Tradition mit der Weitergabe des Wissens und der Sozialgebilde über die Generationen hinweg" (p. 302). Het is veld van van het wanneer logic en
duidelijk dat wanneer deze aspecten allen in het gezichtshet evolutiedenken worden gebracht niet alleen de omvang vraagstuk der hominisatie veel groter blijkt te zijn dan slechts op overeenstemmingen en wijzigingen in morphophysiologic wordt gelet, maar dat tevens nieuwe perspec-
^ P. Overhage, Das Problem der Hominisation, in het gelijknamige werk van P. Overhage en K. Rahner, Freiburg, 1961.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's