1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 114
86
J. LEVER
Deze ontwikkeling is geen tragische zaak, al kost de verandering van denkwijze ons veel moeite. Zij moet zelfs als winst worden beschouwd daar de voor alle tijden geldende verkondigings-betekenis van de Bijbel hierdoor duidelijker te voorschijn is gekomen. Wij gaan immers meer en meer inzien dat het in de betreffende Bijbelgedeelten beslist nergens gaat om natuurwetenschappelijk van belang zijnde gegevens, of, en dat geeft het mogelijk beter weer, om wetenswaardigheden. Deze Bijbelgedeelten appelleren nergens op onze nieuwsgierigheid. De ware zin is slechts gegoten, en hoe kan het anders, in de voorstellings-matrijzen van de bijbelschrijvers. Het gaat daarom nooit om de wijze waarop de zon, de aarde, de vissen, de mensen, de allereerste mens en de eerste parasiet zijn gemaakt. Het gaat in plaats daarvan enerzijds om de radicale apologetische afwijzing van iedere vergoddelijking van individuele hemellichamen, planten, dieren en mensen door andere religies, of, generaier en voor alle tijden gezegd, van iedere verzelfstandiging, iedere absolute autonomie van deze geschapen werkelijkheid, en anderzijds om de daarvoor in de plaats tredende belijdenis en verkondiging van de enige God, Die alles souverein in alle tijden en overal maakt en beheerst. En het is deze verkondiging die een vrije benadering ook van het evolutie-vraagstuk mogelijk maakt. Immers, wanneer God alle gebeuren beheerst dan behoeven wij geen in de tijd plaats gevonden hebbende scheppingsgebeurtenissen van het oude soort meer te construeren. Laten wij toch inzien hoe sterk de zeggingskracht van de zg. christelijke wetenschapsbeoefening door deze neiging tot constructies is gedevalueerd. Aanvankelijk beweerden wij dat alle soorten door speciale scheppingsdaden in 6 dagen van 24 uur waren voortgebracht. Na de ontdekking der millioenen jaren maakten wij constructies waarbij hetzij de dagen zelf tot perioden werden uitgerekt, hetzij tussen de dagen lange tijdperken werden verondersteld. Na de ontdekking van de evolutie der soorten werden periodieke scheppingen van oervormen aangenomen. Na nog weer een toeneming van onze inzichten in het verleden, en m.n. na een vermeerdering van de aantallen mensachtige fossielen, werd bv. aan de Rooms-Katholieken in de encycliek „Humani generis" zelfs de aanvaarding van de wording van het lichaam van de mens door evolutie toegestaan, en werd nog slechts een uitzondering gemaakt voor de menselijke ziel, die overigens nog steeds geschapen zou worden. De
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's