Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 149

3 minuten leestijd

WETEN EN GELOVEN OMTRENT DE MENS

117

ontwikkeling-zijn ook meer principieel te beschouwen. Van Peursen spreekt in dit verband van een „midden-leer". Hij zegt hiervan dat deze term samenhangt met de overtuiging dat de christen met de hele mensheid tussen de tijden leeft. De christelijke wetenschap wordt dan ook niet begonnen bij het eind (bekroningsleer), en ook niet bij het begin (fundamentenleer), maar in het midden. Dit wil zeggen dat wij steeds opnieuw beginnen daar waar wij staan, in de eigen situatie, bij het wetenschappelijk onderzoek waar wij mee bezig zijn, en in de gemeenschap van medewerkers. In vroegere perioden heeft men wel eens te gemakkelijk geopereerd met de vragen van doel en grondslag. Reeds Fabius moest er op wijzen dat het begrip „beginsel" een dynamisch begrip is, en hij spreekt dan ook in het verband van de christelijke wetenschap van voortvaren. Een grondslag in fundamentalistische zin loopt het gevaar niet meer in het wetenschappelijk denken te functioneren, en een doelstelling die te ver boven de practische bezinning van de wetenschap uit grijpt, loopt het gevaar tot een illusie te worden. Anders gezegd; men heeft dikwijls te zware eisen aan de christelijke wetenschap gesteld en de verwachtingen te hoog gespannen. Hierdoor dreigt het gevaar van een wat irreële visie op de wetenschap. Een van de belangrijkste perspectieven in dit verband is m.i, hierin gelegen, dat er in de laatste twintig jaar veel meer begrip gekomen is voor de ruimte en de vrijheid waarbinnen die wetenschap zich kan bezig houden met haar problemen. De eisen zijn minder strikt, de verwachtingen wat minder hoog gespannen, maar de reële mogelijkheden zijn daardoor ruimer geworden. Ik behoef in dit verband geen voorbeelden te noemen, ik dacht dat zij op vrijwel elk gebied van de wetenschap voor het grijpen liggen. Bij deze speelruimte en deze vrijheid hebben wij evenzeer te maken met een principiële aangelegenheid: De christen leeft vanuit de vergeving en de verzoening. Daardoor kan en mag hij realistisch wezen, is hij in staat de hardheid van zijn materiaal (een hardheid die de medicus bijna dagelijks aan den lijve ondervindt) te verdragen en evenzeer de illusies met een korreltje zout te nemen en met wat humor te bezien. Na afloop van de voordracht maakte een toehoorder de opmerking, dat mijn referaat en deze laatste woorden over de vergeving als los zand aan elkaar hingen. Ik dacht dat deze opmerking toch niet geheel recht aan de zaak deed. Integendeel, het voortgaan met het wetenschappelijk werk is alleen begrijpelijk en mogelijk vanuit deze slot-opmerking.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 149

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's