Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 129

3 minuten leestijd

BOEKBESPREKING V. Schepping en pseudo-openbanng VI. Het Woord. Openbaring en val VII. Bezinning der wijsbegeerte. Dynamis en motief VIII Hypothese der „Gemene Gratie". Archimedisch punt. Antithese. IX. Begrenzing en perspectief van het tijdelijk bestaan. X. Geschiedenis. Wijsbegeerte der Wetsidee. Dynamiek der ontsluiting. Vertrouwdheid met de betekenis van deze sleutelwoorden lijkt mij voor een goed kunnen volgen van het betoog van den schrijver vrijwel onontbeerlijk, en simpele „aanraking" daarentegen geheel onvoldoende. En dan, wat bedoelt de schrijver m de geciteerde alinea uit ,,Woord vooraf" met dat „wederzijdse"' Wie zijn de onderstelde beide partijen? Als ik m de studie zie, hoe de schrijver zich afzet tegen Heidegger, Jaspers en Sartre — zonder ze evenwel voor met-geschoolden voldoende ruim te citeren — zou ik denken, dat met die beide partijen de W.d.W. en die ,,hedendaagse filosofische stromingen" bedoeld worden, maar dan komen die ,,andere stromingen" toch met tot hun recht. En is de beeldspraak ,,gronden" die „open komen te liggen" door „stromingen" werkelijk zo waterloopkundig bedoeld als het lijkt? Een andere puzzle is voor mij de term „scheppingsopenbaring", het eerste woord van de titel, dus voor het boek toch wel zeer belangrijk. Wat wil die koppeling van de twee begrippen ,,schepping" en ,,openbaring" door een tweede naamvals s'' Een nadere omschrijving heb ik m het boek nergens kunnen vinden, ten hoogste zou men uit een enkele plaats iets kunnen uitpeilen. Ook hoofdstuk V, waarin ik — op zijn titel (zie boven) afgaande —• een definitie hoopte te vinden, stelde teleur. In de eerste alinea (blz 61) daarvan wordt nl. over „openbaringsbesef" gesproken en daar van gezegd „Het is het be-

101 sef van de openbaring der schepping, m de schepping, door de schepping". Blijkbaar zijn we hier wel m de buurt van „scheppingsopenbaring", al is het onderlinge verband van de drie woordjes ,,der", „m" en „door" nu niet helemaal doorzichtig. Enige regels verder wordt weer een andere combinatie gemaakt en gesproken van het „openbarende scheppmgsleven". De eenvoudige lezer zal bij dit alles waarschijnlijk denken aan het eerste „middel", waardoor volgens art. 2 van de Geloofsbelijdenis der Gereformeerde Kerken (de 37 arttikelen) God door ons gekend wordt, nl. „de schepping, onderhouding en regering der gehele wereld overmits deze voor onze ogen is als een schoon boek, m hetwelk alle schepselen, grote en kleine, gelijk als letters zijn, die ons de onzienlijke dingen Gods geven te aanschouwen ...", de bekende passage over welker betekenis, juistheid en draagwijdte voortdurend strijd is tussen Christelijke natuurwetenschapsbeoefenaars enerzijds en theologen anderzijds, maar ook tussen theologen onderling (en natuurwetenschapsbeoefenaars onderling'). Het gaat om het z.g. „boek der natuur". Mekkes noemt het door mij geciteerde art. 2 met expliciet, maar de laatste zm van blz 63 „De letters en tekens dezer openbaring kunnen dan ook geen m zich zelve rustende en zich presenterende „feiten" zijn, die dan eventueel op christelijke wijze in gekende ,,scheppingsordinantien zich aanmelden . . ." maakt toch wel de indruk m zijn eerste woorden een echo van art 2 te zijn. Maar geheel zeker voel ik mij daarover niet. Op blz. 33 spreekt Mekkes nl. over ,,het ontvangen van de openbaring der schepping" naar aanleiding van „de beschuldiging van M. Heidegger aan het adres der christenen, die weigeren Heideggers grondvraag (warum ist Überhaupt Seiendes und warum nicht vielmehr nichts') mee te vragen, wijl het antwoord hun door de medede-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 129

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's