1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 346
290
J. A. DE WILDE
thans gaan er steeds meer stemmen op om haar als een acceptabele anomalie te gaan beschouwen die op zichzelf niet alleen geen bestraffing maar ook geen geneeskundige behandeling behoeft, zomin als bijv. linkshandigheid. Er is dus kennis nodig van het cultuurpatroon en een genuanceerd inzicht in de tijdgebonden, plaatsgebonden en persoongebonden verschillen die hier bestaan. Tegen de achtergrond van deze inslag moeten nu de lijnen van de schering worden bepaald. Daartoe willen we ons bewust distanciëren van de zieke en zijn beleven en onze blik richten op de ziekte als gebeuren. We zullen dan dus niet blijven staan bij de constatering dat de patiënt een schizofreen, een dwangneuroticus, een alcoholist of een psychisch gestoorde bejaarde is, doch ons afvragen wat hij heeft. Daarbij wil ik mijn klassificatiesysteem zo proberen te kiezen dat het pragmatisch is, gericht op het benoemen van dat wat verholpen zal kunnen worden op een wijze die de minste schade paart aan het meeste effect. Hiermee is in een korte formule een immens groot en moeilijk probleem gesteld. Allereerst de vraag van het meeste effect. Daarbij moet worden vastgesteld om welk effect het gaat. Men kan zeggen dat dit effect moet zijn het herkrijgen resp. zoveel mogelijk herkrijgen van gezondheid. Maar wat is gezondheid? Na lang beraad heeft de WHO daarop geantwoord: „Health is a state of physical, mental and social wellbeing and not merely the absence of disease or infirmity". Het probleem is hierbij verlegd naar de vraag wat „well-being" is, of dit „welzijn" is: het zich welbevinden van de betrokkene dan wel de collectieve opvatting over „welzijn" die de gemeenschap heeft. Met name in de psychiatrie toch schijnt herhaalde malen meer het welzijn van anderen aan de orde te zijn dan dat van de patiënt zelf als het er om gaat of deze gezond of geestesziek is. We zullen daarop thans niet verder ingaan en gemakshalve aannemen, dat er een zekere communis opinio bestaat in ons tijdsgewricht en in ons arbeidsveld over het effect dat bereikt moet worden, echter de vinger er bij leggend dat de vorming van deze gemeenschappelijke mening altijd voortgang zal moeten bHjven vinden en onze warme belangstelling en aandacht zal moeten blijven krijgen. Vervolgens de vraag van de minste schade. Voor de één zal hier-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's