Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 113

2 minuten leestijd

WETEN, DENKEN EN GELOVEN T.A.V. EVOLUTIE

85

de namen genoemd worden van Simpson i, Teilhard de Chardin en Huxley ^. Het meest interessant wordt het evolutie-vraagstuk voor ons wanneer wij nu, in de derde plaats, het aspect van het geloven in onze beschouwingen gaan betrekken. Dit is ook daarom reeds interessant omdat vroeger geen onderdeel van de natuurwetenschap zo christelijk religieus geïmpregneerd is geweest als juist het gedeelte dat met de oorsprong van de werkelijkheid te maken had. Men kan het ook omgekeerd zeggen, nl. dat de christelijke geloofsvisie hierop met niets zo doorschoten is geweest als met klassieke natuurwetenschappelijke beschouwingen. Dit werd natuurlijk daardoor bevorderd dat de Bijbelschrijvers een wereldbeeld hadden dat meer met de natuurwetenschappen van voor 1800, dan met die van na 1900 overeenstemde. En zo hadden in dat stadium bijbelteksten en wetenschappelijke gegevens een identieke koerswaarde in het menselijk denken. Bv. de biologische soorten leken constant en waren dus „naar hun aard" geschapen, de fossielen moesten tijdens de zondvloed zijn ontstaan, de parasieten waren het gevolge van de zondeval, de mens was een door-en-door uniek organisme daar hij speciaal was geschapen, de aarde bestond slechts enkele duizenden jaren conform de geslachtsregisters, enz. Wij dienen ons dus bijzonder goed te realiseren dat de grote spanningen die i.v.m. de nieuwere ontwikkelingen op het terrein van de natuurwetenschap zich in christelijke kring hebben voorgedaan, in belangrijke mate veroorzaakt zijn doordat men te voren een identiteit tussen bijbelteksten en de opvattingen uit de eerste phase van de natuurwetenschap had geconstateerd, en als ijzerdraad in het gewapend beton van het kerkelijk denken had ingevlochten. De nieuwere ontdekkingen hebben de onjuistheid van deze constructies aangetoond: de soorten zijn veranderlijk, de aarde is milliarden jaren oud, er hebben op zijn minst ingrijpende evoluties plaats gevonden, fossielen ontstaan nog steeds, het parasitisme is een zeer oud verschijnsel, de mens bestaat reeds minstens 100.000-en jaren, hij heeft bijzonder veel eigenschappen gemeen met andere organismen, de gedachte dat hij genetisch vanuit het organismenrijk is voortgekomen ligt zeer voor de hand, enz. ^ G. G. Simpson, The meaning of evolution, New York, 195L 2 Voor titels van publicaties van de twee laatstgenoemde auteurs zie men zo nodig J. Lever, Evolutie-perspectief, Geloof en Wetenschap, 57, 185—203, 1959.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 113

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's