1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 206
166
H. R. WOLTJER
ly inaccessible range of reality / has been opened to me") moge ons misschien iets romantisch aandoen - daartegenover moge worden opgemerkt, dat openlijke, dankbare erkenning van een ingrijpende daad van Gods voorzienigheid, iets is, waaraan velen onzer misschien veel te moeilijk en te weinig toekomen en dat wij liever toch maar een vrijblijvende houding willen aannemen. De eerlijke verklaring dat de voor hem aanvankelijk ontoegankelijke werkelijkheid van Gods voorzienigheid juist door die voorzienigheid geopend werd, is een dergelijke dankbare erkenning. De schrijver is zich ook wonderlijk wel bewust van het risico, dat hij met zijn publicatie neemt: „There is a distressing finality and irrevocabihty about congealing one's position in print in a book which all may procure and object to as they please thereafter" (biz. 14). Maar tevens is hij er op een eigenaardige manier - in tegenstelling tot gevoelens in een andere periode van zijn leven - van overtuigd, dat wat hij in dit boek ontwikkeld heeft werkelijk de draad is voor en de enige weg naar de verzoening van de bijbelse voorzienigheidsleer met natuurwetenschappelijke causaliteit (blz. 15, 14). Een hoge, maar eerlijk beleden pretentie. 4. Alvorens op die pretentie nader in te gaan en te onderzoeken in hoeverre zij waargemaakt is en in hoeverre het „in magnis voluisse sat est" hier troost voor de schrijver en voor ons moet zijn, heeft het zin te wijzen op het uitgangspunt en op de bedoeling van dit werk. PoUard geeft er zelf duidelijk rekenschap van (blz. 22). Het gaat uit van de moeilijkheden, die zich vanzelf voordoen bij een bepaalde culturele groep, nl. bij hen die staan binnen de kring van de Joods-Christelijke culturele erfenis. Daarom zal doorlopend worden aangenomen, dat de litteratuur van die erfenis, de Bijbel, naar waarheid getuigt van de werkelijke daden van de levende God in werkelijke historische gebeurtenissen. - Wat de bedoeling betreft - deze is meer theologisch dan apologetisch; minder de buitenstaanders te overtuigen dan de binnenstaanders te versterken en te wapenen in den strijd van „het geloof, dat zoekt zich zich te begrijpen" (om met de door den schrijver aangehaalde woorden van Augustinus te spreken). Maar dat versterken en wapenen geschiedt zonder ook maar enigszins de resultaten van het (natuur)wetenschappelijke onderzoek te willen kleineren, iets wat anderen soms wel doen, maar wat men van deze schrijver uiteraard niet behoeft te vrezen. Integendeel, hij wenst die in hun volle waarde te aanvaarden, zich ver-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's