Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 146

2 minuten leestijd

114

A. L. JANSE DE JONCE

fraai specimen kunnen vinden van een synthese tussen medische physiologie en anthropologisch denken. Immers in dit boek komt de vraag naar de uniciteit van de mens op een bepaalde wijze naar voren, in die zin dat deze uniciteit niet een principiële zaak is, maar gevat wordt in het kader van de specificiteit. De physiologische verrichtingen van de mens dragen een specifiek menselijk karakter, dat is de tendens van Buytendijk's werk. Dit wil echter niet zeggen dat daarmee de physiologie op zichzelf verandert, maar wel dat de anthropologie in bepaalde opzichten een zeer concrete basis kan krijgen. Keren wij terug tot de vraag omtrent de verhouding van geloven en weten, dan besef ik ten volle dat de uitspraak dat de geloofsvragen het duidelijkst aan de orde komen daar waar de vanzelfsprekendheid van het medisch denken wordt aangetast, aanvechtbaar is. Omdat op deze wijze de vragen naar het randgebied van de geneeskunde zijn verschoven. Men moet echter de naturalistische trek in het medisch denken niet onderschatten. Zie ik het wel, dan vindt men als erfenis van de 19e eeuw in het medisch denken en handelen een drietal factoren die dit denken en handelen in hoge mate bepalen. In de eerste plaats is het denken beheerst door de neiging tot reductie van te grote problemen, een neiging die ten slotte uitloopt in de operationele aanpak. In de tweede plaats is er een duidelijke vertechnisering van het medisch handelen. Dit geldt ook voor de psychiatrie; wellicht kan men zeggen dat ook daar voor meer dan 90 % het denken en handelen een technisch karakter is gaan dragen. Hiermee hangt het feit samen dat de onvrijheid van de mens ook in geestelijk opzicht steeds duidelijker wordt, en dat de vrijheid, de wilsvrijheid of geestelijke vrijheid, een aangevochten zaak is. Een derde trek in het medisch denken is het naturalisme. Men gaat graag uit van het begrip natuur van de mens; „de menselijke natuur" is een vaste term. Men vergeet daarbij dat in elke eeuw weer anders over de natuur gedacht wordt, maar iemand als Lindeboom gaat in zijn artikel „Contra naturam", dat enkele jaren geleden in Geloof en Wetenschap verscheeni), toch min of meer vanzelfsprekend uit van een bepaald begrip natuur. Deze drie trekken: de neiging tot operationalisme, de vertechnisering en het naturalisme, zijn duidelijk aanwezig; zelfs bij iemand als Jaspers wordt de menselijke existentie tot iets ongrijpbaars gemaakt. De

1) Jaargang 1962, blz. 128.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 146

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's