Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 66

3 minuten leestijd

46 42, plaatst daarachter nog eens een duidelijk uitroepteken' Ik zal mij voorts met wagen aan een uitvoerige critische beschouwing van het werk van Professor Hooykaas Daarvoor zou een veel grondiger studie nodig zijn dan ik van deze zaken heb kunnen maken Ik zal dus bescheidener moeten zijn en me beperken tot het signaleren van enkele vragen die bij mij zijn gerezen In de eerste plaats vraag ik mij af of de definitie, de karakterisering van het uniformitarianisme ,,in the proper sense", zoals die door Professor Hooykaas op pag 14 wordt gegeven, wel te handhaven is, althans of deze definitie van toepassing is op het uniformitarianisme van Lyell Is Lyell met eerder als een actualist dan als een uniformitarianist m deze zm te kwalificeren? Ter toelichting het volgende wanneer ik de eerste druk van Lyell's Prmciples lees, dan krijg ik hier en daar de zeer sterke en mij zeer sympathieke indruk dat Lyell met zozeer een „horror miraculi" heeft als wel een „horror speculationis", een afschuw van allerlei speculaties waarvan de „geologie" voor zijn tijd zo vol was en worstelt met de vraag hoe krijg ik een betrouwbare basis onder de geologische wetenschap die zich met de veranderingen van de aardkorst m de geologische tijd bezig houdt Zijn antwoord is eerst de actuele processen bestuderen en zo lang we dat niet gedaan hebben, blijven we in de ellende van de speculaties waarvan de een na de ander, zie maar de geschiedenis achter mij, achterhaald is Dat wil helemaal met zeggen dat die actuele processen het antwoord op alle vragen zullen geven, maar — en daar is Lyell zich bewust van de plaats die hij m de geschiedenis van de nog jonge geologische wetenschap inneemt — „at least m the infancy of our science" moeten we op deze basis werken, gezien de les van de

BOEKBESPREKING geschiedenis Is met dit voorbehoud ,,in the infancy of our science" onmisbaar bij de beoordeling van Lyell's uniformitarianisme, vooral van historisch standpunt bezien' Een andere vraag betreft het feit dat Professer Hooykaas het uniformitarianisme a historisch noemt (p 144) Wanneer de auteur stelt dat zelfs historici tot op zekere hoogte van een actualiteitsprincipe uit moeten gaan (p 149) en dat moeten ze, willen ze pretenderen nog iets betrouwbaars te zeggen over de geschiedenis van de mensheid, dan zou ik zeggen dat de begrippen uniformitarianisme en historisch niet maar zonder meer tegenover elkaar gesteld kunnen worden Ik zou bijvoorbeeld Lyell's geologie uit zijn eerste periode zeker met a historisch willen noemen En ik zou ook met durven beweren dat Lyell's geologisch wereldbeeld, toen hij, zij het met restricties, tot het Darwinisme overging, daardoor meer historisch geworden is Ik dacht dat Lyell's overgang naar een evolutionistische gedachtengang de normale consequentie was van zijn oude actualistische standpunt omdat hij zich door het werk van Darwm had laten overtuigen dat m recente tijd de , soort met constant" zou zijn Daarin was dan door de studie van het heden de basis voor het verstaan van het verleden gelegd en de resultaten van Darwms werk eenmaal als betrouwbaar aanvaard kon Lyell op grond van zijn eigen principe eenvoudig niet anders Ik denk speciaal aan Lyell's oorspronkelijke opvatting dat de veranderingen m flora en fauna m de geologische tijd teweeg werden gebracht doordat regelmatig soorten uitstierven zoals dat nu ook nog gebeurt en daarnaast ook regelmatig nieuwe soorten optraden als gevolg van „special creation" Hij kwam tot dat laatste standpunt omdat, weer op grond van overwegingen aan de actuele ervaring ont-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 66

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's