Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 286

3 minuten leestijd

238

H. VERHEUL

van Majorana en de spinverwisselingskrachten van Bartlett. Het aantal symmetrische paren van nucleonen in de kern is beperkt tengevolge van het Uitsluitingsprincipe van Pauli. Het aantal voor ladingsverwisseling symmetrische paren blijkt maximaal te zijn, en dus de totale energie minimaal, als A = 2Z. Dat wil zeggen als het aantal protonen in de kern gelijk is aan het aantal neutronen in de kern. De voorspelling van dit symmetrie-effect blijkt in overeenstemming te zijn met de experimentele feiten. Maakt men namelijk een zogenaamd neutron-proton diagram, waarin een kern aangegeven wordt door een punt met als abscis Z en als ordinaat A-Z dan blijken de stabiele kernen binnen een smalle strook te liggen die aanvankelijk aansluit bij de rechte A = 2Z. Voor grote A buigt hij naar boven af. Dat voor kleine A ook geldt A = 2Z voor stabiele kernen duidt erop, dat de kernkrachten ladingssymmetrisch zijn. De voorkeur voor grotere aantallen neutronen in zwaardere kernen kan verklaard worden met de afstotende Coulombwisselwerking tussen de protonen. Anderzijds werkt het massaverschil tussen een potron en een neutron net andersom. Wigner leidde uit het bestaan van verwisselingskrachten af, dat er een parabolisch verband zou bestaan tussen de massa's van kernen met dezelfde A, isobaren, en het aantal neutronen of het aantal protonen. Dit blijkt in overeenstemming te zijn met de experimentele gegevens, als we tenminste enkele groepen kernen onderscheiden. Voor kernen met even A blijkt namelijk de parabool behorend bij kernen met even Z niet samen te vallen met de parabool behorend bij kernen met oneven Z. De eerste ligt ongeveer 2 MeV lager dan de tweede. Voor oneven A is deze spreiding zeer gering en van wisselend teken. Uit systematiek aan de experimentele gegevens vinden we ook sterke aanwijzing dat er een voorkeur is voor het optreden van even aantallen protonen en neutronen in kernen. Een geheel andere aanwijzing hiervoor is ook nog dat elementen met even Z meer voor blijken te komen dan elementen met oneven Z. Dit even-oneven effect duidt erop, dat nucleonen zich graag tot paren verbinden. Blijkbaar is dit energetisch voordeliger, er is dus een paarenergie. Hieronder verstaan we dan het verschil in bindingsenergie van twee nucleonen van dezelfde soort en tweemaal de bindingsenergie van één zo'n nucleon in die toestand. Deze paarenergie blijkt steeds positief te zijn en in de orde van grootte van 1-3 MeV. Dit paareffect blijken we goed te kunnen beschrijven als we onderstellen dat er in de nucleonnucleon wisselwerking nog een term voorkomt die een zeer korte

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 286

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's