1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 42
22
P C BAAYEN
voor het wiskunde-college dat als éen van de vele college's voor afgestudeerden op de eerste Academiedag van de Vrije Universiteit, 3 oktober 1964, werd gegeven Van dit college is onderstaande verhandeling een (enigszins verkorte en ten dele voor een wijder publiek omgewerkte) weergave Inmiddels is op 17 december 1964, zeer onverwachts, professor Koksma van ons heengegaan Dit is met de plaats om er nader en in den brede op m te gaan hoe groot het verlies is dat wij hierdoor leden, zi] het mi] echter vergund hier de gevoelens van vele van zijn studenten en oud-studenten te vertolken door mijn grote dank en erkentelijkheid uit te spreken aan God voor de bezielende en toegewijde leermeester die Hij ons m professor Koksma geschonken heeft In zijn rectorale oratie „Discreet of continu", uitgesproken in 1953 ^), wees professor Koksma mede op de contrasten tussen enerzijds het geheel der natuurlijke getallen 1, 2, 3, en anderzijds de collectie der dusgenaamde reële getallen De natuurlijke getallen — nauw verbonden met eindige hoeveelheden, eindige aantallen — vullen tezamen een oneindige collectie Geen is de grootste onder hen Deze oneindige familie is discreet de natuurlijke getallen distancieren zich van elkander, en zelfs naaste buren bewaren onderling nog altijd een afstand 1 Hoe verschillend liggen de verhoudingen m de familie der reële getallenI De wiskundigen weten deze getallen op veleilei wijze te beschrijven, doch zien veelal af van een diep gravende discussie van hun aard en karakter In plaats daarvan volstaan zij met het verschaffen van een signalement, een opsomming van grondtrekken die juist uitvoerig genoeg is om in de dagelijkse omgang met deze reële getallen te kunnen werken Laten wij in nog minder berusten, en ons tevreden stellen met een model voor slechts één hunner qualiteiten hun rangschikking naar grootte Indien men zich voorziet van een in twee richtingen zich eindeloos voortzettende rechte lijn, waarop een vast punt O (de oorsprong) gemarkeerd is, en daarnaast van een lengte-eenheid, een standaard-maat voor de lengtemeting, dan kan men aan ieder punt van die rechte een reëel getal toevoegen, de lengte namelijk (gemeten met de standaard-maat) van het lijnsegment dat het bewuste punt met O verbindt Onderscheidt men bovendien tussen een positieve en een negatieve richting op de lijn, zodat er segmenten zowel van positieve als van negatieve lengten zijn, dan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's