Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 313

2 minuten leestijd

NA VIJFENDERTIG JAAR

261

Het was dan ook geen toevalligheid, dat de eerste nieuwe docent, die na de bevrijding optrad, een hoogleraar in de geschiedenis der natuurwetenschap was, waarmede in onze faculteit aan dit studievak een plaats was toegekend, die zij nog aan geen andere universiteit in Nederland bezat. De waarde, die de vestiging van deze leerstoel gehad heeft voor de bevordering in binnen- en buitenland, van een historisch verantwoord en principieel juist inzicht in de betekenis van het reformatorisch denken voor de beoefening der natuurwetenschappen is moeihjk hoog genoeg te schatten. Ik weet echter, dat ik in volkomen overeenstemming met collega Hooykaas spreek, wanneer ik zeg dat ook een leerstoel in de wijsgerige kritiek der natuurwetenschappen als noodzakelijke eis op het ontwikkelingsprogramma van de faculteit moet worden gehandhaafd. De daarbij te stellen voorwaarden van vakwetenschappelijke bekwaamheid gepaard met brede wijsgerige eruditie zijn wel zeer hoog, maar dat zal geen reden mogen zijn om de realisering van deze eis reeds bij voorbaat als een onmogelijkheid te kwalificeren.

Een der middelen, waarmede men in de bezettingstijd de moed erin placht te houden, was het maken van plannen voor „na de bevrijding". Misschien was er dan ook wel meer „wishful thinking", dan wij ons zelf wilden bekennen, in het voorstel, dat onder dagtekening van 16 juni 1944 door „de aanwezige hoogleraren in de Wis- en Natuurkundige en Medische Faculteit" bij de colleges van Directeuren en Curatoren werd ingediend en dat, naast de instituering van de opleiding voor het medische candidaatsexamen, de vorming van de biologische afdeling van de wis- en natuurkundige faculteit inhield. Uitgangspunt van het voorstel was „de wenselijkheid plannen gereed te hebben, opdat alle mogelijkheden, die zich aan het einde van de oorlog zullen voordoen en die zich nu nog niet geheel laten overzien, ten volle kunnen worden benut". Mede doordat na de oorlog aan de oprichting der economische faculteit de voorrang werd verleend, heeft het weliswaar tot 1948 geduurd eer uit Directeuren, Curatoren en Senaat een commissie werd gevormd met de opdracht de mogelijkheid van de oprichting van een medische faculteit en van een biologische afdeling te onderzoeken, maar voor de werkzaamheden van deze commissie is het plan van 1944 toch uitgangspunt en leidraad geweest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 313

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's