Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 208

2 minuten leestijd

168

H. R. WOLTJER

Er gaat van deze opvatting een grote suggestieve werking uit op allen, die er nader mede in aanraking komen - ook al beseft men heel goed, ten eerste, dat het een wel zeer stoutmoedige extrapolatie is van bereikte resultaten en, ten tweede, dat de hypothese, dat het „heelal" niet anders zou zijn dan een verzameling stoffelijke punten, op zijn zachtst gezegd, toch wel erg simplistisch is en ten derde, dat het niet vanzelfsprekend is, dat al het immense rekenwerk tot volkomen ondubbelzinnige resultaten zou leiden. Dit nu daargelaten, is het duidelijk, dat dergelijke opvattingen moeilijk te verenigen zijn met het geloof aan Gods voorzienigheid. Wel zijn er verschillende pogingen gedaan tot een dergelijke vereniging. De theoloog Karl Heim heeft, volgens Pollard, de analogie van een krantendrukkerij gebruikt: ook als alles draait kan de pers gestopt worden en nieuwe tekst te verwerken krijgen. Maar Pollard wijst deze opvatting - m.i. terecht - als totaal onbijbels af: de gedachte van een natuur, die wel in staat zou zijn, al was het maar voor korten tijd, haar eigen gang te gaan, ligt geheel buiten het bijbelse denken. In de Bijbel is voorzienigheid een zó voort durende betrekking van afhankelijkheid van God waarin zowel de mens als de natuur staan, dat ze niet onderbroken kan worden. Men zou ook kunnen opmerken, dat iedere machine toch ook bediend moet worden, nagekeken, verzorgd en onderhouden, gevoed en gesmeerd, maar bij nader toezien bevredigt deze beschouwing noch de bijbelgelovige noch de wetenschapsman. Nog verwerpelijker is wat in de praktijk van hun leven vele Christenen doen, nl. de schepping te verdelen in twee gebieden en dan het onbezielde, levenloze in het ene en iedere afzonderlijke mens in het andere te plaatsen, terwijl de rest, naardat het uitkomt, zou behoren tot het ene of het andere en vervolgens het ene tot een „voorzienigheidsgebied" te verklaren, het andere niet, of, desnoods, het ene meer en het andere minder. Maar wat dan wel? Volgens Pollard, beantwoordt de in het voorafgaande geschetste opvatting omtrent het heelal - nl. dat het op elk ogenblik slechts één enkele verdere mogelijkheid zou hebben - niet aan de huidige stand van het (natuur)wetenschappelijk onderzoek: het heelal lijkt helemaal niet op een machine. 5.2. Het statistische karakter van alle wetenschappelijke kennis Pollard beweert (blz. 37), dat, integendeel, in de grote meerderheid

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 208

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's