Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 358

4 minuten leestijd

302

auteurs ontdekt, dan is men toch wel overtuigd van de enorme belezenheid van de schrijver en van de knapheid om zo essentiële zaken over de huisartsgeneeskunde te zeggen in zo'n klein bestek. Recensent, evenals auteur, zelf vele jaren huisarts geweest, voelt veel affiniteit aan de woorden van de collega; niettemin is hij het niet altijd met hem eens. Zo is het, dunkt mij, de vraag of een andere vorm van opleiding, meer echte huisartsen zou opleveren, waar inderdaad gebrek aan is. Ik zie veel meer nog het probleem van het toenemende specialisme en sup er specialisme, dat door de academie zelf wordt aangemoedigd. Het gros der moderne specialisten wordt opgevoed in de leer van de zuiver natuurwetenschappelijke methoden, als de enige, die waardevol zijn. Het gevolg is dat aan vele klinische patiënten door de a.s. specialisten gedokterd wordt als aan een machine. De opleiding is, alsof men gezondheidsingenieur moet worden. Het is nodig dat allereerst de faculteit zich rekenschap geeft van het feit dat er nog altijd meer is dat we niet weten, dan wat we menen te weten. In datgene wat de dokter tot een waarlijk goed huisarts maakt, is geen onderwijs te geven, m.a.w., in dat wat de schrijver zeer juist noemt, de geneeskunst. In de kennis (kunde) kan men goed onderwijzen en door braaf studeren kan men veel in zijn medische bagage hebben. Maar huisarts wordt men pas als men dat contact van „une confiance a une conscience" in de praktijk ervaart. En daarom acht ik het broodnodig dat alle artsen vóór ze zich specialiseren, minstens 5 a 6 jaren huisarts worden. Het is mij in de praktijk altijd opgevallen wanneer men een specialist in consult vroeg, dat men zonder moeite herkende, diegenen, die eerst huisarts waren, en die direct van. de academische naar de specialistische kliniek waren getogen.

BOEKBESPREKING Ik geloof ook niet erg, ondanks de grote verdienste van het huisartsengenootschap, in een dergelijke verbetering van de attitude, door meer wetenschappelijke arbeid te doen verrichten door huisartsenteams. Dit loopt m.i. toch weer uit op het gesleutel en het monteren en demonteren van de moderne klinisch zuiver natuurwetenschappelijk ingestelde geneeskunde aan de machine mens. Balint, die door schrijver herhaalde malen, met instemming wordt aangehaald, is wat meer op het juiste pad, en ik geloof dat we daar meer naar toe moeten — huisartsen in een combinatie, sprekende over hun typische huisartsenproblematiek, met een centrale figuur, zoals Balint die nu al jaren aan zijn Tavistockkliniek belegt. Het gaat dan van de huisarts uit. In verband hiermede zou ik nog willen noemen, dat wanneer het gaat over de zieke mens de huisarts de centrale figuur is, die de hartarts om een E.C.G. vraagt, de darmarts om een rectoscopie, de Röntgenoloog om foto's, maar die per slot de baas blijft en niet een of andere specialist, die de patiënt, die eenmaal door hem gezien is, heeft terugbesteld. Met de beste bedoeling wel is waar, maar daardoor de zieke van zijn huisarts vervreemdend, met wie hij juist het contact voortdurend moet vasthouden. Ondanks het feit, dat we de specialist en de superspecialist in de geneeskunde niet kunnen ontberen, blijft het toch de taak van de huisarts het eerste contact te leggen en daarmee met de zieke de eerste stap op de weg naar de genezing te zetten. En zeer terecht wijst de schrijver op het feit dat de huisarts tegenwoordig meer dan voorheen psycho-therapeutisch en medisch-maatschappelijk te werk gaat. Er ware bij te zeggen dat het typische van de ouderwetse huisarts uit de tijd van onze ouders en nog ver daarvoor, niet anders was, en dat juist door de mechanistisch-technische opvatting van de genees-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 358

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's