1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 86
62
C. C. JONKER
expliciet gesproken dan zal de leerhng toch na enkele jaren weten hoe de leraar over de wiskunde als vak denkt. Als de leraar vindt dat wiskunde de hoogste, zuiverste of diepzinnigste wetenschap is, omdat deze wetenschap b.v. alleen het zuivere denken gebruikt en zich zijn eigen „objecten" kiest, zal de leerling dit op den duur duidelijk worden omdat dit het denken èn spreken van de leraar bij zijn onderwijs doortrekt. Het kan ook zijn dat de leraar over deze zaken expliciet spreekt en de plaats, de taak en het doel van de wiskunde toelicht. Hierbij zal de christen trachten deze verantwoording te betrekken op zijn geloof via zijn levens- en wereldbeschouwing. Hij zal dan vroeg of laat moeten denken en spreken over de plaats van het door hem dagelijks beoefende en onderwezen vak in het geheel van onze cultuur en zelfs over de plaats ervan in Gods koninkrijk. Van mijn kant wil ik pogen een omschrijving te geven van het doel van het wiskunde onderwijs en de invloed van het ingenomen standpunt op een enkel onderwerp uit de wiskunde aangeven. Ik omschrijf dan dit doel als volgt: a) Een deel van de kennis, die in de elementaire wiskunde verzameld is over te brengen. b) Oefening in de wiskundige wijze van redeneren en formuleren; het leren gebruiken en verwoorden van formules en symbolen. De oefening in de wijze waarop wiskundige begrippen gevormd en gebruikt worden. (De andere vormingswaarden zoals ethische, esthetische enz. laat ik beknoptheidshalve weg). Ook hier wil ik de nadruk leggen op de begrippen, die in het wiskunde onderwijs zon grote rol spelen. Deze begrippen worden meestal in het begin schetsmatig aangebracht, terwijl ze later in hun betekenis en verwoording duidelijker worden. Bij de invoering van de grond-begrippen van de algebra en de meetkunde kan men m.i. een appèl op de geschapen werkelijkheid niet missen. De meetkundige begrippen vlak, lijn en punt worden vaak ingevoerd op de volgende veelzeggende wijze: een vlak heeft géén dikte maar wel onbeperkte uitgebreidheid, een lijn heeft géén breedte maar wel lengte, een punt heeft géén dikte, géén breedte en géén lengte. Als men dan gaat uitleggen wat een definitie en een axioma is, komt de aard van het vlak en wat u daarvan denkt om de hoek kijken. Dit blijkt uit de beantwoording van b.v. de volgende vragen. Zijn deze definities en axioma's „evident" of niet? Waaraan worden ze ontleend? Aan de ervaring of aan de intuïtie?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's