Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 307

2 minuten leestijd

NA VIJFENDERTIG JAAR

255

lijk: „Ik begrijp dat wel, Sizoo, daar heeft die slang natuurlijk tussen gezeten". Dat was dan wel een te sterk vereenvoudigd model ter beschrijving van een ingewikkeld samenstel van oorzaken, van uiteenlopende aard en intensiteit. Als typisch en toch ook wel triest voorbeeld van de indruk, die een buitenstaander van de toenmalige verhoudingen binnen de gereformeerde kring blijkbaar kon krijgen, is het mij steeds bijgebleven. Datzelfde geldt voor de opmerking van Dr. G. Holst, directeur van het Philipslaboratorium, toen ik hem bevestigde, dat het inderdaad de bedoeling was, dat door de op te richten faculteit ook experimenteel natuurwetenschappelijk onderzoek zou worden verricht. Zijn verwonderde reactie was nl.: „O, ik dacht dat men daar in Uw kring eigenlijk tegen was". Laat ik hier onmiddellijk aan toevoegen, dat ik van beide raadgevers veel aanmoediging en morele steun ontving, die tot het nemen van mijn beslissing in belangrijke mate hebben bijgedragen. De gedachte om de Radioactiviteit te kiezen als onderzoekingsgebied voor het Natuurkundig Laboratorium heeft in de gesprekken met hen gestalte gekregen. In die tijd, werd in de propaganda voor de Vrije Universiteit het argument van het gevaar van de ongelovige wetenschap nog veelvuldig gehanteerd en uiteraard ook op de nieuw op te richten faculteit betrokken. De waarheid gebiedt echter te zeggen, dat de drie jonge hoogleraren, die tot opdracht kregen de grondslag voor deze faculteit te leggen, meer morele en daadwerkelijke steun hebben ontvangen van hun collega's aan de openbare universiteiten, dan van hun gelovige vakgenoten. In deze laatste kring, en ik moet hier wel de Christelijke Vereniging voor Natuur- en Geneeskundigen noemen, konden zij ten aanzien van hun ondernemen in de eerste jaren niet veel meer dan „the benefit of the doubt" verwerven. Ik kan dit zonder enige rancune zeggen, omdat ik weet, dat deze twijfel op zakelijke gronden berustte. Ten dele hing zij samen met sommiger overtuiging, dat aan de medische faculteit voorrang had dienen te worden verleend. Voornamelijk had zij echter betrekking op de vraag of binnen de gereformeerde gezindte ten aanzien van de problematiek van de verhouding

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 307

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's