1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 320
268
G. J. SIZOO
christelijk denken over schepping en schepsel, zoals dat denken in de historische Reformatie gestalte heeft gekregen en dat zich deswege altijd weer wil laten leiden, èn voor ontsporing en verstarring behoeden, door zich te stellen onder de tucht van Gods Woord. Daarom zal in deze faculteit het nadenken over en het doordenken van de verhouding tussen geloof en wetenschap ten allen tijde actueel moeten blijven. Uit het christelijk geloof vloeit de gedachte voort, dat het methodisch onderzoek der zintuigelijk waarneembare verschijnselen en de uitdrukking van de daarbij verworven kennis in logisch samenhangende begrippen, gezien mag worden als de actualisering van een relatie tussen de geschapen mens en de geschapen kosmos; een relatie dus, die als mogelijkheid in de scheppingsorde besloten is en waarvan de blootlegging en ontplooiing behoort tot de, aan de mens bij zijn schepping gegeven, cultuuropdracht. Deze gedachte bedoelt geen wijsgerige verklaring te zijn voor de, in de ervaring gebleken, mogelijkheid tot het verwerven van zinvolle en tot de cultuuropdracht dienstige kennis, maar leidt de wijsgerige verwondering daarover terug tot het wonder van Schepping en Onderhouding, dat alleen in het religieus geloof kan worden gezien en erkend. Het inzicht, dat de natuurwetenschappelijke kennis in wezen de uitdrukking is van een intercreatuurlijke relatie, waarin de beide polen, de kennende mens en de kenbare verschijnselen, elk naar hun geschapen natuur functioneren, zal het oordeel over de aard van die kennis kunnen behoeden, zowel voor absolutering in objectivitische als voor relativering in subjectivitische zin. Met betrekking tot de waarde, die aan de natuurwetenschappelijke kennis valt te hechten, kan datzelfde inzicht ons ook waakzaam doen zijn ten aanzien van de overschatting zowel als van de onderschatting, die beide in de ontmoeting tussen christendom en natuurwetenschap zo vaak oorzaak zijn geweest van verwarring en controverse. Het besluit om „na 35 jaar" mijn hoogleraarschap te beëindigen heb ik in volle overtuiging kunnen nemen, omdat ik van oordeel ben, dat, in de concrete situatie, waarin ook andere verantwoordelijkheden mij binden, terwijl jongeren gereed staan om mijn werk voor de faculteit over te nemen, het belang van de faculteit daarmede is gediend. Gemakkelijk valt mij het afscheid daarom nog niet. Dat de vrienden der Vrije Universiteit mij hebben willen aanwijzen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's