Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 212

2 minuten leestijd

172

H. R. WOLTJER

schiedeniswetenschap in te gaan - het is toch wel duidelijk, dat de natuurwetenschap door experimenteren en observeren haar materiaal vindt en dat de geschiedeniswetenschap langs geheel andere wegen haar materiaal verzamelt en bewerkt. Dat men dan ook van tweeërlei werkelijkheid gaat spreken, een natuurwetenschappelijke en een historische is niet verwonderlijk. Niet verwonderlijk, maar wel opmerkenswaard is, dat de natuurwetenschappen in de cosmogonie, in de historische geologie, in de evolutieleer toch ook weer hun historische takken krijgen. De onderscheiding tussen natuurwetenschappelijke en historische werkelijkheid nu is voor het probleem van het wezen van „voorzienigheid" zo belangrijk omdat deze laatste essentieel met geschiedenis te maken heeft. Slechts in de terugblik kan Gods hand in de vorming der gebeurtenissen worden gezien en onderkend. In de geschiedenis spelen (blz. 65) kans en toeval dan ook een overheersende rol. In sommige moderne biologische opvattingen wordt zelfs aan „toeval" als bewerkende en bepalende factor in het evolutieproces een grote waarde toegekend, terwijl toch juist, als we over „toeval" gaan spreken ons „weten" en „inzien" ophoudt en we, noodgedwongen een testimonium ignorantiae afleggen (blz. 92). Pollard wijst ook op de verandering in terminologie, als de natuurwetenschapsman niet meer over het feitelijke materiaal van zijn vak, maar over de geschiedenis gaat spreken: „A geneticist, speaking as such in his proper field, speaks of „mutation rates", but when speaking of the role of genetics in evolution he speaks of „chance mutations". A biochemist reporting on his laboratory results speaks of enzyme activity, intermediary metabolites, and other ordered processes, but when he concerns himself with the emergence of nucleic acids or proteins in the origin of life he speaks of accidental associations and of trial and error" (blz. 64). 5.4. Met de onderscheiding tussen natuurwetenschappelijke en historische werkelijkheid hangt nauw een andere samen: die tussen natuurwetenschappelijke en historische tijd, waarbij Pollard speciaal Carl von Weizsacker noemt en deze laatste zelf Bergson en Heidegger. Het verschil tussen die twee tijdsbeschouwingen - of misschien raker gezegd, hun omgaan met „de tijd" - wordt gekenmerkt door de radicaal verschillende betekenis van „heden" (of, wat scherper, „nu"), „verleden" en „toekomst". De „toekomst" is bont van allerlei mogelijkheden, het verleden is onverbiddelijk, onveranderlijk en onher-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 212

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's