1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 110
82
J. LEVER
slechts objectief langs de weg van het exacte onderzoek kunnen benaderen, één merkwaardige uitzondering bestaat, nl. het onderzoek van onszelf. Het feit dat de wetenschap bedrijvende mens zelf ingebed is in het rijk der organismen geeft ons in principe de mogelijkheid van een tweede handvat, een tweede toegang tot het levensgebeuren. De grote consequenties die dat voor ons denken over de organismen heeft wordt bv. geïllustreerd in de beschouwingen van Teilhard de Chardin. Zoals bekend houdt zijn opvatting in dat in alle dingen naast de exact physisch-chemisch-biologisch te bestuderen buitenkant, een bewustzijns-binnenkant, een interioriteit, bestaat, die bij het complexer worden van de stoffelijke structuren gedurende de evolutie steeds sterker is geworden. Hij ontleent nu, en m.i. kan dit ook niet op andere wijze, deze dualistische visie aan de ervaring van onszelf. Immers, hij concludeert dat uit de constateringen dat de werkelijkheid een evolutie-eenheid vormt èn wij in onszelf „bewustzijn" ervaren, volgt dat wij dit laatste niet als een incidentele „flits" moeten beschouwen, maar als de unieke top van iets dat een universele uitgebreidheid heeft i. Dit kleine, hoewel voor zijn beschouwingen cardinale, detail bij Teilhard vormt een bijzondere illustratie voor de stelling dat in de laatste tijd van een speciale aandacht voor de mens als levend organisme bijzondere perspectieven worden verwacht. Op twee ontwikkelingen op dit gebied wordt hier de aandacht gevestigd. Allereerst zijn daar de interessante beschouwingen van de Zwitser Adolf Portmann2. In originele uiteenzettingen schetst hij de bijzondere positie van de mens als biologische soort. Zijn aandacht is daarbij speciaal gericht op het unieke „secundaire nestblijven" van de mens. Bij ons volgt immers op een reeds lange periode van graviditeit, nog een, bij andere soorten niet voorkomend, maandenlang verblijf in de wieg, zodat a.h.w. het laatste deel van de foetale ontwikkeling, in plaats van vegeterend in de animale uterus, reeds in concrete relatie met ouders en soortgenoten in het humane milieu wordt doorgebracht. Ook wijst Portmann op het uitzonderlijk hoge hersengewicht bij de geboorte, dat nl. reeds dan ongeveer gelijk is 1 P. Teilhard de Chardin S.J., Het verschijnsel mens, p. 48, Utrecht, 1958. " A. Portmann, Biologische Fragmente zu einer Lehre vom Menschen, Basel, 1951.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's