Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 145

3 minuten leestijd

WETEN EN GELOVEN OMTRENT DE MENS

UI.

113

Voorlopige balans.

Men zou het — voorlopig — zo kunnen zeggen dat vooral de anthropologische vragen duidelijk te maken hebben met het christelijk geloof. In de praktijk komen deze vragen vaak naar voren op de randgebieden van de geneeskunde, ontstaan daar waar de vanzelfsprekendheid van het medisch denken wordt aangetast. De medicus is gewend vauuit een zekere vanzelfsprekendheid te handelen. Die vanzelfsprekendheid komt uit in de min of meer naïeve formulering dat het de taak van de arts is de mens beter te maken, te genezen. Hij beseft zelf wel dat dit een wat boute formulering is, maar anderzijds biedt deze vanzelfsprekendheid hem de mogelijkheid tot handelen. De vanzelfsprekendheid wordt echter aangetast en aangevochten wanneer de arts met andere disciplines in aanraking komt. Zo wanneer hij spreekt met de pastor en problemen van ethische en morele aard aan de orde komen, maar ook de vragen van de verhouding van ziekte, zonde en schuld. Hij is dan ook geneigd deze vragen maar te laten rusten of een wat naïeve, pragmatische voorstelling van zaken te huldigen. Hetzelfde geldt ten aanzien van de rechtspraak. Wanneer de vraag naar de toerekeningsvatbaarheid van rechtswege gesteld wordt, dan voelt vrijwel geen enkele psychiater zich op zijn gemak. Hij leert dan immers inzien dat hem een vraag gesteld wordt die hij vanuit zijn vanzelfsprekend medisch handelen en denken niet kan beantwoorden. Wanneer hij kon zou hij die patiënt graag beter willen maken, dat ziet hij als zijn duidelijke taak, maar het toerekenen of niet toerekenen dat is een zaak die hem tegen de borst stuit. Een zelfde aantasting van de vanzelfsprekendheid ziet men in het contact tussen wijsgeer en arts. Ook hier moet de arts ervaren dat hij in de formulering van de fundamentele problemen te kort schiet; hij weet niet recht antwoord op de vraag naar de verhouding van lichaam en ziel; het begrip lichaam is hem even duister als het begrip ziel. Hij weet niet goed antwoord op de vraag naar de zin van de ziekte evenmin als op die naar de zin van zijn medisch handelen. Duidelijk komt deze verlegenheid tot uitdrukking in het feit, dat ook een werk als dat van von Uexküll, dat ik U reeds eerder noemde, voor hem te problematisch van opzet is. Professor Buytendijk, die al jarenlang getracht heeft de anthropologische gezichtspunten in de geneeskunde vruchtbaar te laten worden, is thans bezig met een boek over de anthropologische physiologic. In dit boek zal men een

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 145

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's