1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 207
TOEVAL EN
VOORZIENIGHEID
167
heugende over hun wonderlijke schoonheid en met volledige erkenning van de essentiële geldigheid, die zij ongetwijfeld bezitten. 5. In het betoog van den schrijver spelen nu enige door hem zelf vermelde motieven een rol wier onderlinge samenhang en wederzijdse beïnvloeding niet altijd even gemakkelijk te ontleden is, maar die ieder op zich zelf reeds zeer belangrijk zijn. Ik zou ze dan ook hier expliciet willen formuleren en daarna kort bespreken. a. Bestrijding van het determinisme der natuurwetenschap op verschillende gronden, maar vooral met behulp van de overgang van de klassieke in de kwanten-mechanica. b. Het statistische karakter van (natuur)wetenschappelijke kennis. c. De onderscheiding tussen „fysische werkelijkheid" en „historische werkelijkheid", die gemaakt en ontwikkeld is door Henry Margenau van Yale University in zijn boek „The Nature of Physical Reality" en elders. d. De onderscheiding tussen „wetenschappelijke tijd" en „historische tijd", die gemaakt is door Carl von Weizsacker in zijn boek „The History of Nature". e. De tweevoudige aard der werkelijkheid: de wereld van het „ik" en die van het „gij", door Buber, een andere onderscheiding dan die onder c. 5.1. De bestrijding van het determinisme der natuurwetenschap Men zou dit determinisme kunnen omschrijven als de opvatting van het heelal als een omvangrijk en ingewikkeld mechanisme, waarbij vanuit iedere gegeven toestand één, en niet meer dan één, volgende toestand mogelijk is. Het gebruikte woord „mechanisme" maakt al duidelijk dat men hier met een gevolg van de historische ontwikkeling van de mechanica te doen heeft. In het bijzonder heeft het opzienbarende succes van de theorie van Newton in de verklaring van de beweging der hemellichamen, de z.g. hemelmechanica, geleid tot de opvatting, dat, als men het heelal mocht zien als niets dan een verzameling van stoffelijke punten en men op een zeker tijdstip van ieder van die punten precies de plaats en de snelheid zou kennen, men in principe in staat zou zijn de constellatie van het gehele stelsel (d.w.z. de plaatsen en snelheden der samenstellende stoffelijke punten) op een willekeurig vroeger of later tijdstip te berekenen. Door één toestand zouden alle volgende toestanden bepaald zijn en zou men alle voorafgaande kunnen te weten komen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's