1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 108
80
J. LEVER
het biologisch denken gehad, en daarvan uitgaande ook op de philosophie in het algemeen. Het denken van de vroegere biologie, vnl. beïnvloed door scholastisch-middeleeuwse beschouwingen, was geheel statisch van opbouw. De soorten der organismen werden niet alleen door onoverschrijdbare grenzen van elkander gescheiden gedacht, zij zouden ook fundamenteel constant zijn daar zij realisaties waren van eeuwige Goddelijke scheppingsideeën. Men kon zo streven naar het ontdekken van het aan de schepping ten grondslag liggende zg. ,,natuurlijke systeem" der organismen. Het biologisch vitalisme, de mening huldigend dat in de organismen een niet-stoffelijke specifieke levenskracht werkzaam is, kon in deze denkatmosfeer een grondtoon van de biologie vormen. Hiermee hing samen dat de grens tussen de levende organismen en de levenloze natuur-bestanddelen als radicaal werd ervaren, evenals die tussen plant, dier, en mens. De evolutie-gedachte in zijn moderne vorm heeft de philosophische achtergrond van deze beschouwingen in belangrijke mate aangetast en deels als door de feiten achterhaald aangetoond. De soorten zijn niet constante in de schepping gefundeerde en metaphysisch geladen eenheden, maar in tijd en ruimte veranderende populatie-phasen in een stromend proces, zodat bij het moderne soortbegrip de oude gedachte der scheppingsideeën in het geheel niet meer past. Van een statisch gefixeerd „natuurlijk systeem" kan in dit nieuwe beeld geen sprake meer zijn. Van het vitalisme, laatstelijk vnl. gepropageerd in de vorm van een neo-vitalisme door Driesch, is in de moderne biologie vrijwel geen spoor meer terug te vinden i. De snel terrein winnende gedachte van de chemische evolutie, voorafgaand aan en vloeiend aansluitend op de biologische evolutie, is bezig de veronderstelde grens tussen levenloos en leven uit te wissen in een mechanicistisch denkkader. De toegenomen kennis van de basale universele levensprocessen heeft verder de vroeger als scherp gedachte grens tussen planten en dieren vrijwel geheel vervaagd 2, Ten slotte tendeert het onderzoek over het ontstaan van de mens ook naar een verdwijnen van de scherpe grens tussen dier en mens in het proces der anthropogenese. 1 J.Haas S.J., Biologie und Gottesglaube, Berlin, 1961. 2 J. Lever, Planten, dieren en planten-dieren, Wijsgerig Perspectief,5, 209—228, 1964.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's