1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 88
C. C. JONKER
64
geplaatst zijn. Doe ik dit wèl, dan moet ik zeggen waar deze ruimte vandaan komt. Ik zeg ook niet dat ik een bedacht of verkregen „ideaal beeld" op de dingen projecteer en dat ze daardoor uitgebreidheid verkrijgen. Op déze wijzen redenerend komt het ruimtebegrip „primair' uit mijn denken en wordt niet aan het geschapene gevormd. — Verder gaande met de door mij gekozen aanpak, abstraheer ik nu van alle dingen die uitgebreidheid hebben en generaliseer de uitgebreidheid in verschillende richtingen, tot een dimensie-begrip. Daarna generaliseer ik opnieuw van een ruimte met drie dimensies naar een ruimte met vier of méér dimensies. Nu behoef ik niet meer te maken te hebben met een eigenschap der dingen. Dit gegeneraliseerde ruimtebegrip „bestaat" slechts in het denken en is „mathematische ruimte" te noemen. Men kan deze ruimte nader qualificeren naar zijn inwendige structuur en zo namen geven aan bepaalde wel gedefinieerde „ruimten". Een ander gebruik van het ruimtebegrip treedt op in astronomie en natuurkunde. Daar onderzoekt men geschapen dingen, die ruimtelijke eigenschappen hebben. De geschapen wereld laat de verplaatsing van deze dingen toe. Het geheel van het voor de verplaatsing van alle dingen beschikbare volume noemt men weer ruimte. Nu is echter sprake van een natuurkundig ruimtebegrip. Men moet door onderzoek vinden wat de structuur van deze ruimte is. Hij blijkt 3-dimensionaal te zijn. Is hij euklidisch of valt zijn interne structuur samen met een andere mogelijkheid van de door de wiskundigen bedachte ruimtestructuren? Is hij eindig of onbeperkt? Vanuit deze analyse kan men de vraag of Einstein gevonden heeft dat de wereld vier-dimensionaal is helder beantwoorden. Het antwoord is dan: neen, hij is 3-dimensionaal en misschien wel niet-euklidisch. De 4-dimensionale ruimte in de relativiteits theorie wordt gebruikt voor de ordening van variabelen en heeft dus betrekking op een abstracte wiskundige ruimte, die hulpdiensten verleent bij de wiskundige beschrijving van de verschijnselen. 6.
Samenvatting
In het voorgaande heb ik getracht uw aandacht en belangstelling te wekken voor de problemen die verbonden zijn met het onderwijs in de exacte vakken op een school met de Bijbel. Door het onderwijs te karakteriseren als het overbrengen van kennis heb ik gepoogd alle vakken vanuit één gezichtspunt te bezien: alle vakken gebruiken woorden om kennis over te brengen. De bezinning op wat kennis is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's