1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 348
292
J. A. DE WILDE
Het is echter onjuist om in de diagnostiek niet pragmatisch te werk te gaan, om datgene te gaan „herkennen", waarmee men niets kan aanvangen en ook helemaal niet van plan is om er iets mee te gaan aanvangen. Dan ontaardt de diagnostiek in beschrijving, descriptie, pathografie, die voor de wetenschap wel belangrijk zou kunnen zijn (mits deze descriptie dan ook uit duidelijke research-overwegingen op een wetenschappelijk doel gericht wordt en op wetenschappelijke wijze plaats vindt), maar die voor de diagnostiek niet van betekenis is. Bij iemand met een vuiltje in het oog is het niet van betekenis om de bijzondere constellatie verder te gaan ontleden waarin nu juist dit vuiltje in dit oog kwam. Bij iemand die telkens opnieuw vuiltjes in het oog krijgt, wordt dat misschien wél van betekenis, en ook kan het een aardig research-onderwerp zijn om eens na te gaan, wat voor soort mensen nu eigenlijk vuiltjes in het oog krijgt en waarom dat sommigen wel vaker en anderen nooit overkomt. Maar de concrete actuele patiënt die nu een vuiltje in zijn oog heeft, heeft daar allemaal niets aan. Diagnostiek vindt dus plaats door een wisselwerking tussen kennis en onderzoek. Meestal wordt alleen over het onderzoek gesproken en daarbij de kennis bekend verondersteld. Het onderzoek moet echter plaats vinden in het raam, het schema, dat ons door de kennis gesteld wordt. We kunnen niet zomaar gaan zoeken zonder ons een voorstelling te hebben gemaakt van wat we willen vinden. Opnieuw haal ik de woorden uit de inaugurele oratie van Prof. Van Dijk aan: „Het diagnostiseren wordt bepaald door de vragen wat en waartoe men wil diagnostiseren". Over het „waartoe" heb ik het gehad. De vraag naar het „wat" voert ons tot het probleem van het klassificatieschema. Terwijl in de geneeskunde het systematisch rangschikken van diagnosen toch al erg moeilijk blijkt te zijn, vermenigvuldigen zich de moeilijkheden eerst recht op het deelgebied van de psychiatrie. Tal van pogingen tot ordening zijn ondernomen. De voornaamste van deze klassificatieschema's werden door Stengel (1960) verzameld en gepubliceerd in het „Bulletin of the WHO". Al deze schema's gaan mank aan het zelfde euvel, nl. dat ze rangschikkingen zijn van ongelijksoortige eenheden. Naast elkaar worden eenheden aangetroffen, die gegroepeerd zijn rondom een etiologisch kermierk (bijv. alcoholpsychosen), een pathologisch-anatomisch kenmerk (bijv. organische
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's