1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 209
TOEVAL EN
VOORZIENIGHEID
169
der natuurlijke processen er telkens weer juist meer dan één mogelijkheid is van verder beloop. Die mogelijkheden hebben ieder hun eigen waarschijnlijkheid in die zin, dat, als men het in beschouwing genomen proces onder zo goed mogelijk identieke omstandigheden vele malen zou herhalen, er een vaste verhouding tussen de verwerkelijking van de verschillende voortzettingsmogelijkheden zou blijken te bestaan en dat men in die zin van „statistisch" kan spreken. Pollard is zich bewust, dat de meerderheid der mensen deze mening niet deelt, zelfs vele natuurwetenschapsbeoefenaars niet en dat er velen geneigd zijn in dit verband aan de onzekerheidsrelaties van Heisenberg te denken en daaruit verkeerde conclusies te trekken. Daarvan distantieert hij zich nadrukkelijk. Deze relaties krijgen eerst betekenis in een ander verband. Op zeer vertrouwd natuurkundig gebied doet zich al de mogelijkheid voor van twee verschillende voortzettingen van een proces, nl. bij geleidelijke samenpersing van een damp bij gelijkblijvende temperatuur (lager dan de critische). Op een bepaald punt van het proces kan de damp dan óf homogeen de ruimte blijven vullen of heterogeen, door gedeeltelijk te condenseren. Deze proef laat zich herhalen en men zou een statistiek kunnen opmaken van de aantallen geencondensatie en tüeZ-condensatie. Dat tweede zou groter zijn; men kan condensatie een grotere „kans" geven. De gecondenseerde evenwichtstoestand is ook stabieler, de homogene wordt metstabiel genoemd; door geringe oorzaken kan er toch nog condensatie optreden. Maar hoe dan ook, er zijn 2 mogelijkheden en niet 1. Dat geldt ook van stroming van gassen en vloeistoffen. Zeer langzame stroming is laminair, d.w.z. men kan „lagen" van snelheid onderscheiden. Is er enige wrijving tegen de wand, dan zal de snelheid langs de as van de buis het grootste zijn en afnemen naar de omtrek. De „lagen" zijn dan cylindermantels. Vergroot men de snelheid langzaam, dan komt er een stadium, van twee mogelijkheden: de stroming kan laminair blijven óf in een geheel ander stromingstype overgaan, het turbulente, waarin wervels optreden. Elk van beide mogelijkheden heeft weer haar eigen waarschijnlijkheid. Van zelf sprekend komt de vraag op: zal de verdere ontwikkeling van de statistische mechanica ons hier niet wijzer maken? Enerzijds zou ik geneigd zijn te antwoorden, dat dat moeilijk te zeggen is, ook al is het verschijnsel van de condensatie (en misschien ook wel dat van de turbulentie) voorzover mij bekend, fundamenteel nog steeds een raadsel voor de theoretici. In het voorbijgaan zij opgemerkt, dat overi-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's