Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 155

2 minuten leestijd

WEZEN, ZIN EN STRUCTUUR DER WERKELIJKHEID

123

zu den Sternen war in der christlichen Ethik überhaupt nicht offenbart. Dieses Problem der kosmischen Ethik muss endlich gestellt werden". Hij was niet de eerste, van wie deze aandrang uitging. Reeds vóór hem had Alb. Schweitzer in zijn „Kultur und Ethik" (1923) hetzelfde geluid doen horen: „Will die Ethik der Hingebung auf die Ethik der Selbstvervollkommnung eingehen, so muss sie wie diese universell werden" en alle „Sein überhaupt" binnen haar gezichtskring halen. Ook H. E. Hengstenberg zegt: „Durch die vitalbedingte Solidaritat mit allem Seienden werden dem Menschen alle Begegnenden zu Objekten liebevolle Obsorge. Der Mensch ist Hüter zwar nicht des Seins (Heidegger) aber des Seienden".^) Dat is andere taal, dan die wij lezen bij Nietzsche en Spengler. In onze „kosmische" tijd zou een „kosmische" ethiek wel op haar plaats zijn. Als zesde dimensie der werkelijkheid zien we de Here Jezus Christus. Over Hem als kosmisch-prae-existente Wortel der totale werkelijkheid hebben we in het tweede stuk van dit artikel gehandeld. Zelf is Hij reeds volkomen verheerlijkt. De volheid Gods, die in Hem woonde, is bij Hem reeds in volkomen luister naar buiten getreden. Voor ons nog onzichtbaar. Het is een heerlijkheid gewonnen uit de diepste nood — de kruis-nood, die Hij voor zondaren doorleed, die hun hart hadden opengezet voor de duivel, en heel de menselijke en beneden-menselijke werkelijkheid in diens handen speelden. Daarom heeft Hij nu van God ontvangen een naam boven alle naam. En nu zal Hij heel het Hem toegevallen universum in zijn glorie binnentrekken. Want Hij komt weer. Omstuwd door legerscharen van engelen. Het blauwe hemelgewelf zal Hem als een wijde, goudbesterde mantel omgolven. De zee zal Hem machtig tegemoetbruisen en alle wouden zullen Hem het welkom toewuiven, en zijn Kerk, de kern van zijn verlost universum, zal Hem als zijn bruid tegemoet ijlen over de onder haar voeten brekende schotsen dezer tijdelijkheid met een vreugdekreet, waarin de angst nog nasiddert. Het Koninkrijk Gods is dan ten volle gekomen, Want God is dan alles in allen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 155

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's