1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 359
IS EXPERIMENTEREN MET LEVENDE DIEREN GEOORLOOFD?
303
immers slechts langs deze weg geheel gezonde dieren met een bekende voorgeschiedenis en van bepaalde stammen worden verkregen, zodat de kwaliteit der experimenten stijgt en herhalingen der proeven tot een minimum beperkt kunnen blijven. Als gevolg van deze ontwikkelingen worden de meeste proefdieren momenteel niet meer uit de vrije handel betrokken. Helaas geldt dit nog onvoldoende voor dieren als honden, katten en apen, dieren die juist voor het medisch onderzoek gezien hun verwantschap met de mens veel nodig zijn, en die tevens juist tot die categorie van dieren behoren waaraan hij sinds lang bijzonder gehecht is. Het is ook deze categorie die voortdurend in verband met dierproeven in de publiciteit is, met name gezien ongewenste toestanden bij een klein gedeelte der dierenhandelaren. Het komt mij voor dat èn ten behoeve van de kwaliteit van het onderzoek, èn ter respectering van begrijpelijke gevoelens van het grote publiek, èn om misstanden in de dierenhandel de pas af te snijden, het kweken van deze dieren in speciale instellingen met kracht, ook van overheidswege, dient te worden bevorderd. Een laatste punt dat in deze beschouwing een plaats moet krijgen is de interessante vraag hoe het komt dat wij een zekere weerstand gevoelen tegen erg ingrijpende dierexperimenten. Deze vraag raakt dus ons besef van en onze houding ten aanzien van het dier. Deze houding is altijd een zeer bijzondere geweest. Reeds in de prae-historische grotten vinden wij talloze afbeeldingen van dieren, en slechts enkele van mensen, die dan dikwijls nog weer met dierlijke eigenschappen zijn geschetst, terwijl planten eigenlijk nimmer worden weergegeven. In het dier, met name de hogere dieren waarvan de gedragingen en soms de uitdrukkingen zich duidelijk aan ons voordoen, ervaren wij het verwante, het bijna menselijke. In sommige wereldbeschouwingen verflauwen zelfs de grenzen tussen mens en dier en worden zij via reïncarnaties met elkander verbonden gedacht. Karaktereigenschappen van de mens worden gemakkelijk aan dieren toegeschreven, zelfs in geïdealiseerde vorm, zodat men heilige dieren onderscheidt — variërend van kevers tot schildpadden en runderen — ten,vijl bv. slangen juist duivelse trekken worden toegeschreven. Iets dergelijks geldt ten aanzien van reine en onreine dieren, al is deze onderscheiding dikwijls goed gefundeerd in verschijnselen als giftigheid en parasitisme, eetbaarheid, smakelijkheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's