1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 267
DIER EN MENS
223
We vinden het daar, waar twee soortgenoten (vaak mannelijke soortgenoten) hetzelfde gebied of hetzelfde vrouwtje willen bezitten. Het is dus een intraspecifiek patroon, behorend bij een bepaalde diersoort, afhankelijk van, en bepaald door het totaal van de biologische kenmerken van die soort. Toegegeven moet worden dat Lorenz nogal veel kritiek op zijn gedachten heeft ontvangen. Aan de andere kant is zijn denken hoogst origineel. Een van de zaken, waarvoor hij veel aandacht vraagt, is het verschijnsel dat echt tot-de-dood-toe-vechten in het dierenrijk tussen soortgenoten niet of nauwelijks gevonden wordt. Gevechten zijn haast altijd rituele gevechten. Degene die zich op een zeker moment overwonnen voelt, kan een houding aannemen, die verder agressief gedrag van de overwinnaar remt. Ik citeer nu een paar zinsneden van Lorenz: „De reden waarom ik zo uitvoerig op de gevaren van de selectie binnen de soort ben ingegaan is de volgende; meer dan enig andere eigenschap of functie kan juist het agressieve gedrag door zijn desastreuze gevolgen tot in het groteske en ondoelmatige overdreven worden. Het is echter meer dan waarschijnlijk dat de overmaat aan agressie, die ons mensen tot op de dag van vandaag als een kwade erfenis in de botten zit, door een proces van onderlinge selectie werd veroorzaakt, dat gedurende vele duizenden jaren — namelijk gedurende het eerste stenen tijdperk — op onze voorouders heeft ingewerkt. Toen de mensen eenmaal zover waren dat zij, dank zij hun bewapening, kleding en sociale organisatie, de van buiten dreigende gevaren van verhongeren, doodvriezen, en door de grote roofdieren verslonden worden, enigszins hadden bezworen — zodat deze niet meer de doorslaggevende factoren bij de selectie waren, moet een catastrofale onderlinge selectie zich hebben ingezet. De selecterende factor was nu de oorlog, die de vijandig naast elkaar levende mensenhorden onderling voerden. Daardoor zijn alle zogenaamde „krijgsdeugden" zo hoog ontwikkeld, die helaas zelfs tegenwoordig nog veel mensen als idealen die het nastreven waard zijn voor ogen staan". En later: „Tot ons geluk hebben ook wij nog in volle omvang de overeenkomstige „dierlijke" instincten meegekregen. Maar wij kunnen zonder meer inzien dat deze spoedig moesten haperen, toen de uitvinding van het eerste wapen het evenwicht, dat tot nog toe had bestaan tussen de vaardigheid om te doden en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's