1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 348
292
TELLEGEN
,,Ecclesia semper reformanda" vraagt om een eigen vorm. Daarom gebruik ik — positive — de term pluriformiteit. Ik meen, dat het zo zou moeten zijn, dat waar velen elkaar erkennen als gelovigen in dezelfde Heer, hun samen-ijn een gestalte moet krijgen, waarin ruimte „geboden" wordt voor de wijze waarop zij dat beleven en niet ruimte „gelaten" wordt daarvoor. Tussen „bieden" en ,,laten" is een groot verschil. Wij zijn pas bezig dit verschil te ontdenkken. En^ daarmede de reducties te overwinnen, die de tegenstelling tussen Kome en de Reformatie, tussen orthodoxie en vrijzinnigheid, e.a. tot gescheidenheid hebben gemaakt. Het geloof in de ene Heer, zijn Woord en zijn Werk (sacrament), zal in de onderlinge liefde het verbindend uitgari'gspunt en uitzicht moeten zijn. Karl Rahner, een bekend katholiek theoloog, heeft vier kenmerken gegeven van het leven van de christen in de toekomst, (in „Der Christ in seiner Umwelt" Stimmen der Zeit jrg. 90 (okt. 1965) blz. 481—489). Een ervan gaat over de christelijke 'gemeente en hij zegt er twee dingen van: zij moét telkens opnieuw ontstaan en zij mag geen getto worden. Deze opdrachten hangen samen. Wanneer de gemeente, de Kerk, bemiddelt tussen de Heer en de mensheid, dan moet zij naar beide zijden open blijven. Naar de Heer om te voorkomen, dat de gemeente in de geschiedenis verstrikt raakt en naar alle mensen, omdat de Heer voor allen is gekomen. Zo gezien kan de kerk niet de rots in de branding zijn, allerminst in de zichzelf veranderende wereld, waar wij naartoe gaan. Pluriformiteit moet in deze contekst worden verstaan. Zij heeft niets te maken met menselijke willekeur maar wel met de psychische mobiliteit, die met de toenemende ruimtelijke mobiliteit van de menselijke vestiging samenhangt. Het is inderdaad nog allerminst duidelijk hoe kerken samen de ene kerk van Christus kunnen zijn, in welke vormen de eenheid in het geloof even duidelijk spreekt als de vrijheid, de bevrijding van de gelovende mens. Ik denk dat de gezamenlijke bemoeienis der kerken met de binnenwereldse problematiek van alle mensen ons verder brengt dan de gedachtenwisseling van theologen over betere formuleringen en contacten van ambtsdragers over mogelijke interkerkelijke verhoudingen — hoezeer ook deze laatste onmisbaar zijn. Wij gaan weer ontdekken, dat gemeente, kerk, in eerste instantie gemeenschap van gelovigen is, Gods volk onderweg, zoals bisschop Bekkers dat noemde. De dienst aan de hedendaagse wereld bestaat, denk ik, vooral daarin dat de kerken actief zoeken naar eenheid in de Heer in pluriformiteit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's