Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 181

3 minuten leestijd

VERANDEREND GEZINSONTWERP

145

doorklinken, zelfs wanneer de beoogde eenheidsvisie op de mens in een evolutionistisch kader wordt geplaatst. „De verstandelijke (! A.T.) faculteiten worden bij de hominisatie, daar waar in de evolutie de mens verschijnt, als het ware binnen de reeds gegeven structuren geboren; de seksuele gedragingen, die wij bij de hogere dieren waarnemen, zijn in de mens geladen met intellectualiteit, behoren (daardoor? A.T.) tot de menselijke subjectiviteit en bepalen mede het oordeel over wat natuurlijk en tegennatuurlijk is" (171). Natuur en bovennatuur Het oude dualisme heeft volgens prof. Hulsbosch het „bovennatuurlijk" leven ten onrechte in de ziel gelocaliseerd, waardoor de idee ontstond van een „geestelijk leven" dat met deze stoffelijke wereld niets te maken had. Dit kwam bv. tot uiting in de leer dat één van de vier doelstellingen van het huwelijk was, het „remedium concupiscentiae", d.w.z. het geneesmiddel (!) van de (eigenlijk niet geheel aanvaardbare) seksuele begeerte.* Dit is nu in de moderne theorie en beleving wel overwonnen. Maar wat volgens de schrijver nog ontbreekt is dat men veelal nog niet verder komt dan de aanvaarding van de seksualiteit als iets natuurlijks, iets wat zonder meer mag. Men vindt het belachelijk om er iets „heiligs" in te zien. Hier meent prof. Hulsbosch dat een aanvulling noodzakelijk is. Hij juicht de herwonnen natuurlijkheid toe, en vindt het — evenals sommige respondenten — kennelijk ook onnatuurlijk wanneer men bij de geslachtsgemeenschap bv. bidt, of aan God denkt, maar dat natuurlijke moet nu door het geloof gezien worden als een uitdrukking van het bovennatuurlijke, ja van de bijzondere presentie van God. Zoals God destijds verscheen in de gewone man Jezus (onherkenbaar voor het ongeloof), zo „verschijnt God ook nu nog in het binnenwereldse, nl. in de sacramenten, die symbolen zijn van Gods aanwezigheid in Christus door de Geest. Hieronder valt ook het huwelijk" (192). De aanwezigheid van de Geest manifesteert zich heel gewoon in de wederzijdse hefde tussen echtgenoten. (Zelfs bij ongelovigen kan dit zo zijn, pg. 194). Bij niet-katholieke christenen is *) Het altijd nog gehoorde beroep voor deze zienswijze op 1 Cor. 7 : 9 is o.i. onhoudbaar. We lezen daar „Indien zij zich echter niet kunnen beheersen, laten zij dan trouwen. Want het is beter te trouwen dan van begeerte te branden". Voorzover in deze woorden inderdaad het huwelijk functioneert als medicijn (remedium) is het niet gericht tegen de sexuele begeerte als zodanig (concupiscentia) maar tegen de ongeordende beleving er van, en/ of tegen de pijn van het wel graag willen beleven maar zich toch onthouden door nodeloze volharding in de ongehuwde staat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 181

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's