1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 172
136
A. TROOST
werken en onderling overleggen van de echtgenoten sterk prevaleert boven het accepteren van een éénhoofdige leiding. Nog slechts enkele echtparen vinden dat de man de leiding moet hebben, terwijl ook waar dit bewust afgewezen wordt, toch practisch nog wel van een dominerende positie van de man kan worden gesproken. Bij het beheren van de gezinsfinanciën en bij de opvoeding van de kinderen kan men nog wel spreken van accentverschillen, maar niet meer van een vanzelfsprekende scherpe taakverdeling tussen man en vrouw. Steeds meer blijken de partners zozeer op samenwerking en gemeenschappelijk overleg ingesteld, dat zij in de gemeenschappelijke taken telkens elkaar kunnen vervangen. Veel meer dan vroeger stelt de man zich in op het verrichten van huishoudelijke werkjes en op omgang, spel, hulp en andere bemoeienissen met de kinderen. Ook wordt de levenssfeer van de vrouw veel meer dan vroeger verbreed. Beide beleven vaak het gezin als „vrijetijdsbesteding", wat in het algemeen een kleinere afstand en betere verstandhouding (opener, hartelijker) schept tussen ouders en kinderen. Men beleeft dit alles bewust als een duidelijk contrast met de eigen jeugdsituatie „vroeger" en men streeft daar opzettelijk naar. De zorg voor de eigen relatie met de huwelijkspartner eist in dit patroon ook veel meer de bewviste aandacht. De eigen betekenis van het huwelijk wordt meer en meer onderscheiden van het ouders-zijn in een gezin. Zo wordt bv. overbelasting door het gezin als schadelijk ervaren voor de rechte huwelijksrelatie: één der weerstanden tegen een groot gezin. Ook spreken vrijwel alle echtparen er over dat de partnerrelatie niet vanzelf bevredigend is, maar dat deze relatie bewuste zorg en aandacht vergt en dat men op deze wijze ook de progressie ervaart in de innerlijke binding aan en liefde voor elkaar. Niet alleen via concrete taken en gemeenschappelijke zorgen (de zgn. „objectieve integratiemomenten") maar ook door de rechtstreekse zorg, liefde, aandacht, bemoeienis (de „subjectieve integratiemomenten") moet de partnerrelatie zich ontplooien. Overbelasting door taken, zorgen, door egoïsme of door verwaarlozing der affektieve contacten, worden als evenzovele bedreigingen van het huwelijksgeluk ervaren. Dit alles is echter nog geen volgroeid modem huwelijkspatroon, maar het is een hoofdtendens. Veel andere tendensen uit vroegere patronen werken nog door. Dus is er ook in vele huwelijken hierdoor een ambivalentie en spanning.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's