Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 141

2 minuten leestijd

WEZEN, ZIN EN STRUCTUUR DER WERKELIJKHEID

109

Flammen: dies ist sein Lauf', deze Max Scheler is in 1928 als pantheïst gestorven, nadat hij geschreven had: „das Urseiende wird sich im Menschen seiner Selbst inne. Es ist der alte Gedanke Spinoza's, Hegels und vieler anderen". (Die Stellung des Menschen im Kosmos, p. 110). Toch is er in deze derde vorm van monisme een weg, waarin wij moeten zoeken naar de wezensbepaling der werkelijkheid. Niet in spinozistische zin, die stof en geest, of liever in de terminologie van zijn tijd gesproken: „uitgebreidheid" en „denken" als attributen Gods zag, maar in schriftuurlijke zin. Want niet uit de mens kan het wezen der werkelijkheid worden bepaald. Hij bUjft „l'homme inconnu" (Carrel), ondanks alle ethnologische, somatologische, psychologische en sociologische studiën. De mens komt nooit achter zichzelf, en kan daarom nooit ten diepste de bron zijn waaruit het wezen der werkelijkheid wordt gekend. Bovendien: het zou een onmogelijke poging zijn, de werkelijkheid met de werkelijkheid te verklaren. Alleen goddelijke openbaring kan ons de werkelijkheid in haar wezen doen kennen. Uit de Heilige Schrift komen we te weten, dat de werkelijkheid woordkarakter draagt. God spreekt tweevoudig. Hij spreekt wezenlijk. Hij spreekt de Zoon uit, het eeuwige WOORD. God uit God. Licht uit Licht. Maar God spreekt ook naar de Raad van zijn Wil. Dat is zijn scheppend spreken. Door dit creatieve spreken Gods worden hemel en aarde uit niets tevoorschijn geroepen. Hij spreek en het is er, Hij gebiedt en het staat er. „Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare" (Hebr. 11:3). Het is het almachtige spreken Gods, waardoor het universum is, en tot nu toe bestaat. „Man darf', zegt Hans Rohrbach, die in 1961 sprak voor de vereniging, waarvan het orgaan, waarin dit artikel verschijnt, uitgaat, „die ungeheuer kühne Aussage wagen: Gott spricht und sein Wort hat die für uns unbegreifbare Fahigkeit, sich in dieser sichtbaren WirkUchkeit als Energie, als Elementarteilchen, als Schwingung zu manifestieren. Man muss sagen: Nur dort, wo das geschieht, ist Materie und damit Zeit, Kosmos, Naturgesetz, Schöpfung". In de middeleeuwen waren het Thomas van Aquino en Bonaventura, die op het woordkarakter der werkelijkheid hebben gewezen. Ook H. E. Hengstenberg zegt: „Die Schöpfung ist Wort Gottes" (Der Leib und die letzten Dinge, 1955

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 141

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's