1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 316
264
T. D. STAHLIE
Indien zulks nu een volk betreft dat (nog) adequaat gevoed wordt, dan vereist dit accres een procentueel gelijke toeneming van het nationale voedselpakket, en bovendien een evenwichtige distributie van de voedingsmiddelen over de bevolking. Nu betreft het hier in de eerste plaats meestal geen volkeren wier voeding adequaat genoemd mag worden, en in de tweede plaats moet er wellicht voor gewaarschuwd worden de vereiste toeneming in het nationale voedselpakket gelijk te achten met een gelijke toeneming in het nationale inkomen. Over het eerste eerst dit: voor Burma, India, Indonesië, Pakistan, de Philippijnen en Ceylon werd over de periode 1959-1961 een dagelijkse calorieënconsumptie berekend van 2220 calorieën per persoon per dag. Voor Maleisië en Japan was dat 2400, voor Australië 3200. Het laatste getal komt het meest overeen met de o.a. door de Voedsel- en Landbouworganisatie der V.N. aanbevolen hoeveelheden, doch de getallen zijn niet rechtstreeks onderling vergelijkbaar. Om te beginnen zijn de genoemde Aziatische volkeren over het algemeen kleiner en lichter gebouwd en leven zij in een warmere omgeving. Door beide omstandigheden is hun calorische behoefte geringer. Voorts speelt bij de bepaling van de gemiddelde calorische behoefte de gezinssamenstelling uiteraard een grote rol: hoe meer jonge kinderen, des te lager de gemiddelde behoefte. Nu ligt in de bovengenoemde landen het percentage kinderen beneden de 15 jaar in het algemeen tussen de 40 en 45 %, in Australië, evenals in de Verenigde Staten van Noord-Amerika rond de 30 %, in Frankrijk 25,6-, en in Engeland en Wales 22,8 % (cijfers van 1960). Dat zulks van grote invloed is op de gemiddelde calorische behoefte van de bevolking behoeft geen betoog. Veel meer informatie zou verkregen kunnen worden indien men het calorieverbruik vergelijkenderwijs per leeftijdsgroep kon nagaan, maar dat is uiterst moeilijk. Nu houdt een voldoende gemiddeld calorieverbruik nog geenszins in dat alle leden van de betreffende bevolkingsgroep adequaat gevoed worden: ten eerste is het calorieverbruik maar een maat waarin men de behoefte grofweg uitdrukt en zegt het lang niet alles over de nutriënten, welke de calorieën leveren, nog afgezien van het verbruik van mineralen en vitaminen, waarover de calorische getallen uiteraard geen uitsluitsel geven, maar bovendien komt het nu in het gezin ook nog aan op een aan de behoefte van alle gezinsleden aangepaste verdeling van die calorieën, of liever, van de nutriënten, over die leden. En daarbij blijkt maar al te vaak dat de kleuter, het kind dat juist geen borstvoeding meer ontvangt, in de knel komt. Men heeft dan ook aan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's