Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 143

3 minuten leestijd

WEZEN, ZIN EN STRUCTUUR DER WERKELIJKHEID

111

afhankelijke, afgeleide, wijl geschapen eeuwigheid. Voor haar zou wellicht de middeleeuwse naam aevum kunnen worden gebruikt. Het impliceert in de derde plaats, dat de werkelijkheid een gebeurtenis is, in dien zin, dat ze ontstaat en voortdurend gedragen wordt „door het woord zijner kracht", zoals de Hebreeërbrief het uitdrukt. „Sein heisst", zegt Paul Haberlin, „im Werden sein, ja selber werden. Zwischen Sein und Werden besteht kein Gegensatz. Sie sind eins. Seiendes ist als Werdendes. Die Welt ist Geschehens-Zusammenhang" (Philosophia perennis, p. 54). Hans Rohrbach zegt: „Materie ist nicht, Materie geschieht". Ruimte, tijd en materie zijn slechts in het denken onderscheiden, maar niet vergeten mag worden, „dass sie nicht von einander unabhangig existieren, sondern alle drei von einander abhangen. Raum ist nur dort, wo Materie ist, Zeit ist nur dort, wo Materie ist, wo keine Materie ist, können wir keinen Raum und keine Zeit feststellen". Ook ruimte en tijd geschieden derhalve. Het impliceert ten vierde, dat het een levende werkelijkheid is. Dr. A. Kuyper Sr. zegt in zijn Locus de Providentia (Dictaten Dogmatiek p. 57, 58, 59): „De Schepping heeft niets met een dode structuur gemeen, ze leeft in hemel en op aarde van ogenblik tot ogenblik én in haar geheel, én in haar delen. God is de God des levens, „de Fontein des levens"... Alles leeft, d.w.z. water, steen, grond, in één woord, niets is er of het leeft... ook bergen, zon, sterren". Karl Joel, een bekende duitse filosoof, schreef: „Man spricht nicht umsonst von kurzlebigen Elementen, von langlebiger Materie, vom Gedachtnis der anorganischen Materie, von der Zielstrebigkeit der Materie (Kossel), von ihrer Lebenspotenz (Weyl), von der Lebendigkeit der Welt, die dem Warmetod widerstreite. So scheint nun die anorganische Natur der organischen, lebendigen die Arme entgegenzustrecken". (Kantstudien 32, Hft 4). Dat Fichte tot de conclusie kwam: „Es ist kein tötendes Prinzip in der Natur, die Natur ist durchaus lauter Leben", (Die Bestimmung des Menschen, Reklam S, 155), en dat ook Hegel schreef: „Das Universum ist nicht ein Aggregat von vielen gleichgültigen Akzidenten, sondern ein System der Lebendigkeit" (cit. Hans Leisegang, Hegel, Marx, Kierkegaard, 1948, S. 12), vloeit als vanzelf uit hun pantheïstisch standpunt voort. Het pantheïsme moet wel tot deze stelling komen. Maar ook Diderot zegt in een uitvoerige verhandeling: „la pierre sent". Er zouden nog veel meer namen in dit verband te noemen zijn. Bij Emil Radl: „Geschichte der biologischen Theorien" zijn ze, vooral in het eerste deel, te vinden. Het hylezoisme, waarvan ook Haeckel een representant is,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 143

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's