1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 178
142
A. TROOST
seminaristen en examinatoren zich bij dit onderwerp bijzonder in Gods tegenwoordigheid moeten stellen en dikwijls met de psalmist moeten verzuchten: „Red mij uit de modderpoel, ik verga". Gesterkt door dit gebed neemt de lezer dan kennis van de definities van de huwelijksdaad („copula!"), welke „door de natuur verordend is tot behoud en voortplanting van het menselijk geslacht". Alle bijzonderheden van de practijk worden behandeld in de schema's van recht plicht - zware plicht, en dat van doodzonde (zware zonde) en dagelijkse zonde, of toegestaan mits . .. Het betoog was vrij eenvoudig: „de huwelijksdaad is tot een ding gereduceerd waarvan de structuur door de natuur zelf is bepaald". Het wordt alles tot een object van rechten en plichten, het huwelijk zelf een contract i.p.v. een verbond. Resteren nog de vele moeilijke casussen van de practijk. Soms mag de priester dan te rade gaan bij een expert, maar dan moet hij spaarzaam zijn met zijn woorden en latijnse termen gebruiken. De wending in de antropologie De oorzaak van deze allesbeheersende juridische inslag in de moraaltheologie ligt volgens de schrijver in de dualistische visie op de mens, welke „de diepste wortel van de oude moraal was". Daarin was de ziel subject, en lichaam object. De vrouw wordt niet primair bemind, maar „gebruikt". Maar gelukkig is deze leer vaak door de natuur zelf overwonnen, mede met behulp van de nieuwe antropologie. ,,De persoon heeft in onze tijd het lichaam en de seksualiteit geïntegreerd in zijn subjectiviteit". Het dualisme met zijn inhaerente depreciatie van de seksualiteit, maakte plaats voor de visie op de mens als ongedeelde belichaamde subjectiviteit. Deze „herontdekking" van de eenheid van de mens brengt volgens de schrijver een geweldige vernieuwing van de theologie, bv. ook in de verhouding van dogmatiek en moraaltheologie. De schrijver wordt bepaald uitbundig en enthousiast over deze vernieuwing. De dorre knekels in Ezechiël 37 werden weer complete en levende mensen. Nu, zo'n wonder schijnt zich in de theologie van onze tijd te herhalen (163). In dit bezielend vernieuwingsproces van theologie en wijsbegeerte komen dan allerlei traditionele problemen in een nieuw licht te staan. Ofschoon we straks onze bedenkingen moeten uitspreken, moeten we o.i. eerst onze grote waardering uiten voor de diep doordachte uitwerking van de genoemde antropologische wending in de ethicale problematiek van huwelijk en gezinsleven. Een waar voorbeeld voor menige modem-protestantse „secularisatie theologie".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's