1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 300
252
J. JANSSENS
Wat nu nog voor Amsterdam en andere grote steden geldt voor wat betreft de daling van het geboortecijfer en de boven aangegeven directe en indirecte gevolgen van nog meer algemeen toegepaste geboortevoorbehoeding, zal na verloop van tijd ook voor de middelgrote steden en tenslotte ook voor het platteland heel gewoon zijn. Op grond van al deze door mij verwachte tendensen meen ik te mogen aannemen, dat in de komende decennia voor heel Nederland een vrij sterke daling van het geboortecijfer zal optreden. Ik meen te mogen verwachten, dat het geboortecijfer daarbij de in het decennium 1930 -1939 opgetreden daling (tot 19,8) door vooral sociaal-economische factoren bij een toen nog ontbrekende algemene toepassing van doeltreffende anticonceptiva verre zal overtreffen en vrij dicht bij het door vooral sociaal- psychologische factoren tot stand gekomen minimum in Engeland in 1941 (14) zal komen. Terwijl men in demografische kring een tien- tot twintigtal jaren geleden de prognose voor de loop van de bevolking als tussen hypothese A (fig. 4) en hypothese B (fig. 5) te liggen achtte, gaan er nu meer stemmen op voor een ook door mij verwachte situatie tussen hypothese B en hypothese C met zelfs meer neigen tot C dan tot B. U zult hebben opgemerkt, dat mijns inziens de angst voor een komende bevolkingsexplosie in Nederland vooralsnog geen reden van bestaan lijkt te hebben. Nu zal men terecht kunnen opmerken, dat met „iets minder dan een komende bevolkingsexplosie" ook toch wel reeds schier onoplosbare of ongewenste aanpassing vergende problemen van planologische, sociale en economische aard kunnen optreden of ook reeds bestaan. Wij willen ons in dit verband de volgende vraag stellen: Is er in Nederland sprake van een benauwende of — nog erger — verstikkende bevolkingsdruk? Benauwend?; het lijkt er veel op, als we de formule: de druk, die de individuen der bevolking op elkaar uitoefenen, is evenredig met het inwonertal en voorts met het kwadraat van de snelheid waarmee zij zich gemiddeld voortbewegen, toepassen. Deze formule geeft een zeer hoge waarde voor die gebieden in Nederland, waarin de bevolkingsdichtheid zeer groot is en door migratie naar juist die dichtst bevolkte gebieden steeds groter lijkt te worden; de gemiddelde snelheid van voortbeweging wegens het permanent op afstand arbeid verrichten of het in het dicht bevolkte gebied beroepsmatig gedurende de gehele dag deelnemen aan het verkeer zal de druk in die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's