Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 79

2 minuten leestijd

„SCHEPPINGSGELOOF, NATUUR EN WETENSCHAP"

55

„bijbelse wereldbeeld" en over ontmythologisering. Vragen waarvan de oplossing wel zal betekenen dat enkele vermeende zekerheden onzeker blijken te zijn en daardoor bij verschillende een ernstig gevoel van onzekerheid oproepen. Essentiëler acht De Jong de anthropologische vragen, waarbij hij denkt aan massaficatie en vereenzaming van de mens in deze periode van technische evolutie, waarin een immense kunstmatige wereld ontstaat, een onnatuurlijke natuur die het menszijn niet onaangetast laat. Maar het meest ingrijpend acht hij, en m.i. terecht, de suggestie die er uitgaat van de gedachte te leven in een onbezield, onvoorstelbaar, mathematisch formuleerbaar, in zichzelf rustend heelal. In dit gesloten heelal sterft het geloof in God de Schepper; voor een gebed tot God is hier geen plaats. Deze eenzame massamens ziet om zich heen de toenemende macht over de natuurwerkelijkheid zonder enig idee te hebben hoe hij invloed zou moeten uitoefenen op de richting van de samenleving; het is de eenzame, machteloze mens die we uit allerlei beschrijvingen kennen. Hoe reageren we hierop, met name op laatstgenoemde situatie? We kunnen er zeker niet aan voorbijgaan, dat is al te veel gedaan met name ook in kerkelijke kringen. Weinigen zullen ook geneigd zijn een uitweg te zoeken in het spoor van de moderne, extreme theologie, waarin God dood zou zijn (bijv. Paul van Buren); dit theologische spoor gaat tot de rand van het Christendom. In plaats van het negeren van deze vraag en in plaats van voorbarige aanpassing aan een vermeende situatie is een analyse van de huidige situatie op haar plaats. Met name komt de vraag naar voren of de gedachten die in brede kringen over natuurwetenschap doorwerken en die hun verkillende invloed uitoefenen, inderdaad houdbaar zijn als men ze opnieuw bekijkt vanuit bijbels standpunt. Het is op dit punt dat het boek van De Jong en Dippel grote verdiensten heeft door te analyseren hoe het staat met de begrippen schepping en natuur, wat eigenlijk natuurwetenschap is en wat de natuurwetenschap kan bereiken, haar mogelijkheden maar ook haar grenzen. Een belangrijk deel van het boek is gewijd aan de begrippen schepping en natuur, hun oorspronkelijke inhoud, hun ontwikkeling en hun wisselwerking. Het begrip natuur duikt op in het vroege, vóór-Socratische Griekse denken (pag. 79 ev.). Enerzijds vinden we het daarna gebruikt als collectiviteit, als som van de natuurlijke, niet-kunstmatig gemaakte dingen; anderzijds wordt het gebruikt voor de natuur, de geaardhad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 79

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's