1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 167
VERANDEREND GEZINSONTWERP
131
de gewetensnood op dit punt voor protestantse en voor r.k. christenen veel gemeenschappelijks blijkt te hebben. Ook in dit blad kunnen we dan ook de lezing van dit boek van harte aanbevelen. Hoofdstuk I. Seksualiteit en maatschappij. Een herschreven opdracht Dit hoofdstuk werd geschreven door drs. J. van Hessen, geboren 1916, afdelingsdirecteur van het Sociologisch Instituut van de R.U. Utrecht, met een leeropdracht in de sociologie van jeugd en gezin. Terecht begint de schrijver de stelling te poneren dat het verschijnen van nieuwe wereldburgers op aarde een opdracht van God aan de mens is, derhalve een „cultuurlijk patroon". Het aantal mensen op aarde is dan ook maar een fractie van wat het had kunnen zijn, als het biologisch maximum was nagestreefd. Het niet toegeven aan, het indammen van en zich verweren tegen de bandjir van het natuurlijk potentieel, dit menselijk ingrijpen, gebeurt in elke cultuur weer een beetje anders. Er is een rijk geschakeerd geheel van cultuurstijlen met betrekking tot de wijze waarop de opdracht wordt verwerkt om het biologisch-kwantitatieve aanbod van mogelijke nieuwe mensen te vervangen door de „cultuurlijkheid" ervan (19). In deze culturele stylering is te letten op allerlei instituties die opzettelijk of onopzettelijk regulerend werkten, nl. askese (in de vorm van onthouding of schaamtegevoelens), kindermoord, sociologische sterilisatie, te vondeling leggen, maar ook de adoptie, de polygamie, appreciatie van kinderen, enz. Dit zijn steeds menselijke cultuurpatronen die de „natuurlijke productie" in een breder kader integreren en reguleren. Sinds de intree van het christendom gaat het regulatieverschijnsel zich beperken tot geboorteregeling. Want de christelijke ethiek dwong de samenleving tot zorg voor wat zwak en hulpbehoevend was, en verdrong gewoonten als verwaarlozing, kindermoord, te vondeling leggen. De belangrijkste instantie die in de gechristianiseerde cultuur de beheersing van de geboortestroom reguleerde, was de familie. Zij presenteerde een bepaald voortbrengingspatroon waarbij het familiehoofd een zeker beleid toepaste met het al of niet laten huwen van familieleden. Dit beleid werd gesteund en gericht door de traditie. De familie gaf toestemming tot het huwelijk, had er evt. op aangedrongen, en verwachtte nu ook meestal een maximum aantal kinderen, ter continuering en tot meer aanzien van de familie. Het voornaamste regulatieprincipe lag in de familiestructuur. De familie nam dan ook de verantwoordelijkheid op zich in geval van calamiteiten e.d. Zij was de bron van sociale zekerheid, verschafte ook arbeid, voedsel, onderdak en oudedagsverzorging aan de ongehuwden, voorzover zij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's