Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 196

2 minuten leestijd

160

JOH. BLOK

thai en Davison [11] in 1961 in een systematisch onderzoek van deze kwestie werd gedaan, dan breken zij in stukken, waarvan de grootte wordt bepaald door de grootte van de schuifkrachten, die in de oplossing teweeggebracht worden. Spoedig daarna bleek dat het mogelijk was uit virussen DNA te isoleren en te zuiveren met een zeer groot moleculairgewicht, in sommige gevallen groter dan 100 miljoen. Nog belangrijker was het, dat zulke preparaten homogeen waren, dat wil zeggen, dat vrijwel alle moleculen in een bepaald preparaat hetzelfde gewicht hadden. Verder werd aangetoond, dat ieder virusdeeltje één ononderbroken DNA-molecuul bevatte. Voor de virussen, die ribonucleïnezuur in plaats van desoxyribonucleïnezuur bevatten, geldt waarschijnlijk, mutatis mutandis, hetzelfde, hoewel de zekerheid hier wat minder is. Door Beer [12] werd in 1961 aangetoond, dat men zulke lange DNA-moleculen zonder ze te breken op een objectdrager kan aanbrengen door deze voorzichtig langs het oppervlak van een oplossing te strijken en het te veel aan vloeistof in dezelfde richting van de drager te laten aflopen. Indien op de objectdrager een vliesje wordt gebruikt van geschikte samenstelling, worden de DNA-moleculen hieraan vastgehecht en komen ze uitgestrekt te liggen in de richting waarin de vloeistof er langs is gestroomd. Deze vondsten stimuleerden de interesse voor microscopische lengtemeting van DNA-moleculen enorm. Dat het model van Watson en Crick voor geïsoleerde DNA-moleculen geldigheid bezit, was inmiddels ook door vele biochemische en genetische proeven zeer waarschijnlijk geworden. Na 1961 werden dan ook vrijwel geen publikaties meer gewijd aan diktemeting van DNA-moleculen en verschoof het accent naar de lengtemetingen. Hierbij heeft in het bijzonder een nieuwe methode, die in 1959 door Kleinschmidt [13] werd ontwikkeld, goede diensten bewezen. Deze methode maakt gebruik van een verschijnsel, dat bij de fysisch-chemische bestudering van eiwitten reeds jaren geleden werd ontdekt en grondig bestudeerd. Laat men een oplossing van een globulair eiwit voorzichtig langs een glazen plaatje aflopen op een wateroppervlak, dan ontstaat aan het grensvlak tussen water en lucht een monomoleculaire laag van gedenatureerde eiwitketens met hun hydrofiele groepen naar het water en hun hydrofobe groepen naar de lucht georiënteerd. Kleinschmidt en zijn medewerkers voegden nu aan de eiwitoplossing DNA toe in lage concentratie. Als eiwit gebruikten zij vooral cytochroom-c. Dit heeft de eigenschap.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 196

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's