1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 344
288
F. PH. A. TELLEGEN
Hoe staat de christen-mens in deze, alle mensen omvattende situatie? Ik tracht mijn antwoord te formuleren vanuit herenigde christenen, een hachelijke zaak, want ook dat is nog verwachting, m.i. hoopvol toekomstperspectief. De christen sta in deze situatie solidair met alle medemensen; op zichzelf is dat al een moeilijke opgave. Tegelijk moet worden gezegd, dat hij er anders in staat dan de niet-christenen. De christen gelooft immers dat er een Heer van de geschiedenis is en dat de Heer van de geschiedenis in Jesus van Nazareth onder ons is verschenen, mens onder de mensen. Aan Hem wil hij zich toevertrouwen, omdat hij gelovig weet dat genade beslissend is en niet menselijke prestatie, hoezeer die tegelijk opdracht is. De christen weet uit zijn geloof ook, dat het de dienaar niet anders vergaan zal dan de Heer, dat gelovige overgave aan Gods beschikking tot het uiterste gevraagd wordt, in welke menselijke vorm dan ook. Dat geldt van de enkeling, de gelovige, en van de gemeenschap, van de gelovige gemeente en van de kerk. Wat zou dat in het werelds perspectief, dat ik heb geschetst, kunnen betekenen? Misschien dit. De cultivering van het werktuig, van de menselijke bewerktuiging gaat gepaard aan een verschuiving in de statistiek van de beroepsbezetting. Op de eerste fase daarvan — verlaging van de agrarische en verhoging van de industriële beroepsbezetting — volgt de tweede: verlaging van de industriële en administratieve beroepsbezetting en verhoging van wat men de verzorgende beroepen noemt. Een steeds toenemend deel van de beroepsbevolking zal werkzaam zijn in de onmiddellijke tussenmenselijke dienstverlening. Voorbeelden daarvan, die zich in dit milieu onmiddellijk aanbieden zijn onderwijs en gezondheidszorg, beide wijd te verstaan. Wijzen deze statistische gegevens er niet op, dat het leven in een wereld met een zich uitbreidende „réalité intermediaire", met zelfwerkende functionerende systemen, vraagt om een bijzondere aandacht en inzet voor het onmiddellijk intermenselijke? Hier ligt een aanknopingspunt voor de vraag naar het christelijke toekomstperspectief. En dan niet op lange termijn, maar vandaag reeds. Want de geschetste toekomst van de wereld is al begonnen. Een aangepaste verkondiging, nu naar de daad, naar het handelen gesproken, ligt in een volgehouden oriëntatie op de zorg van de ene mens voor de andere, door de bemiddelende functionele systemen heen èn buiten hen om, rechtstreeks. Kan niet daarin vooral tot uitdrukking komen het door Christus zelf gelegde verband tussen de liefde van de Vader voor alle mensen en de onderlinge naastenliefde?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's