Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 54

2 minuten leestijd

34

M. H. COHEN STUART len. Maar scheiding en opheffing van de scheiding gaan in de dagelijkse levenspraktijk in voortdurende vdsselwerldng voort, elkaar oproepend, elkaar bevruchtend, zich met elkaar vervlechtend. Deze dialectische dynamiek van de menselijke existentie, waarin de mens zichzelf „oordelend" afzet tegen een tegenover zichzelf en door hem geschapen realiteit (de zich-verbijzonderende zelfverheffing), en waarin hij vervolgens weer „begeleidend" opgaat (althans: kan opgaan) in deze realiteit (de zich-ontledigende zelfontvouvidng), schept de achtergrond van waaruit het projectiefenomeen uitzichtsvoller lijkt te benaderen dan dikwijls geschiedt.

i.

In de gegeven voorbeelden van projectie wordt een waamemingsoordeel over een realiteit gegeven terwijl het contact met die realiteit was verstroord, hetzij door werkelijke storing van het contact, hetzij door bevsoistzijnstoomis, hetzij door vertekening van de realiteit zelf. Het oordeel is dus prematuur, doch de oordeelveller is zich daarvan tijdens zijn oordelen niet bevsoist. Deprojectie is eerst mogelijk wanneer het contact met de realiteit wordt hersteld, en wanneer vanuit een directe confrontatie met de realiteit argumenten worden gegeven voor herziening van het eerdere, achteraf premature oordeel. Het oordelende denken wijkt op dat moment voor contact en ontmoeting; de subjectobject-distantie wordt opgeheven in een samenzijn van subject en object in een distantieloze nabijheid. In deze nabijheid toont het object zich in alle eigensoortigheid aan het subject, maar is nog niet geobjectiveerd. Dat geschiedt in het volgende stadium, wanneer in het oordelend denken vanuit de distantieloze nabijheid de deprojectie tot uitdrukking komt in: „het is m a a r . . . . " .

/. Fortmann komt in zijn indrukwekkende, helaas nog onvoltooide studie tot de slotsom dat aan het projectiebegrip geen behoefte bestaat en dat projectie niet meer is dan een voorbarige formulering betreffende een onvolledige waarneming: ,,er bestaat geen projectie. Er is alleen eenzijdige waarneming, die juist door haar eenzijdigheid verschilt van de rijke „open" waarneming, welke niet in een bepaalde „Einstellung" is gefixeerd, doch voortschrijdt naar verdere exploratie". Het kan lijken, dat mijn mening eigenlijk met de zijne identiek is. Ook in mijn opvattingen spreekt de „deprojectie" als een verschijnsel dat zich voordoet „bij nader

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 54

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's