Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 270

3 minuten leestijd

226

L. VLIJM

ren, die er eerder waren en die nu verti-okken zijn — tenzij ze opgevangen zijn in een dierentuin, of in een reservaat —. Een bioloog is voortdurend geconfronteerd met de niche van de mens. En daar waar hij die niche bemerkt, is het altijd van de verkeerde kant: als een niche waaruit blijkt dat de mens biologisch niet geslaagd is. Ik dacht dat in alle gevallen, die ik U besproken heb, juist dat duidelijk is geworden: dat er menselijke beperkingen liggen in zijn biotische structuur. Hij ervaart gesels op deze aarde, en profeteert ze voor de toekomst. Was hij alléén maar geest — ze konden hem niet raken, honger niet, pest niet, oorlog niet. Was hij alléén maar lichaam, hij zou ze slechts ondergaan, maar daarom nog niet kennen. Maar hij is mens, een lichaam met een geest, een geest met een lichaam. Daar liggen de problemen. Zal hij zichzelf gaan vernietigen? Gaat zijn niche — hoe uitgebreid ook — eraan, omdat hij uiteindelijk de variabelen uit zijn omgeving zó verandert, dat hij er zelf niet meer op reageren kan? Ik ben getroffen door de filosoof Wagner, die b.v. zegt: „Want ook de „Umwelt" van de mens, de aarde en de natuur, blijft als onderbouw van zijn leven een maatstaf en een grens voor zijn uitvindingen en onderzoek, blijft de onontwijkbare werkelijkheid, die ook zijn aanwezigheid grenzen stelt. Ook de mens is deel van de natuur en blijft daarmee, evenals met het leven onlosmakelijk verbonden; zijn losmaking uit de natuur brengt hem naar de onmogelijkheid om zijn bestaansproblemen op te lossen. Als alle andere levende wezens blijft ook de mens midden en maat van zijn eigen wereld. Hem worden echter ook beperkingen opgelegd vanuit deze leefwereld. Wanneer hij de grenzen overschrijdt, zal hij aan de natuur daai-van rekenschap moeten afleggen". Men zou dit, waardoor ik zei „getroffen" te zijn, anders uit kunnen drukken: „Stof zijt ge, en tot stof zult ge wederkeren". Soms denkt men, wanneer men knappe resultaten van onderzoek en denken ziet: Het is, veel vroeger, al beter geformuleerd. Profeten spraken over een toekomst, die wij beleven. En soms heeft men de indruk dat zij zich met deze toekomst identificeerden, of, anders gezegd: hun functie kreeg in de toekomst vorm. Wat is de zin van een congres als het huidige — van de Christelijke Vereniging voor Natuur- en Geneeskundigen in Nederland? Wanneer wij ons bezig houden met de toekomst, met vrijheid en verantwoordelijkheid, dan zullen we dat een tikkeltje serieus moeten nemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 270

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's