Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 349

2 minuten leestijd

IS EXPERIMENTEREN MET LEVENDE DIEREN GEOORLOOFD?*) DOOR

J. L E V E R Een verantwoorde mening over de vraag of het verrichten van experimenten met levende dieren toelaatbaar is kunnen wij ons slechts vormen wanneer wij in grote lijnen inzicht hebben in de onderlinge relaties van de levende organismen op onze aarde en tevens in de bijzondere positie die de mens tussen hen inneemt. Daarom zullen wij moeten beginnen met daar enkele ogenblikken bij stil te staan. Zoals bekend wordt de energie die benodigd is voor het leven — van alle planten, dieren en mensen — door de planten met behulp van hun bladgroen ontleend aan het zonlicht. Zij gebruiken deze energie voor de omvorming van anorganische voedingsstoffen — koolzuur, water en zouten — tot organische stoffen, zoals koolhydraten, eiwitten, vetten en vitaminen. Van deze zg. „primaire productie" door de planten is het voortbestaan van de dieren en ook van de mens afhankelijk via een getrapte voedselketen. Deze relatie kan nl. een directe zijn, zoals bij de herbivoren, die uitsluitend van plantaardig voedsel leven, of een indirecte, zoals bij de carnivore dieren die zich — hoger in de voedselketen — met dieren voeden. De omnivoren, waartoe ook de mens gerekend moet worden, consumeren zowel plantaardig als dierlijk voedsel. Met het bestaan van deze fasen in de voedselketen hangen twee fundamentele zaken samen. Allereerst drukt het voedingstype zich uit in de gehele structuur en levenswijze van de organismen. Ons, kortheidshalve, beperkend tot het landleven moet de aandacht er in dit verband op gevestigd worden dat de groene planten, die met hun bladeren zonlicht en koolzuur uit de lucht moeten opnemen en met hun wortels water en zouten uit de grond, niet anders dan vast kunnen zitten. Zij zijn gefixeerde levende fabrieken van organische *) Voordracht gehouden tijdens het Openbaar Symposium van de Stichting LandeUjke Werkcommissie Laboratoriumdieren over „De toelaatbaarheid van het dier-experiment" op 11 november 1966 te Leiden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 349

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's