1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 198
162
JOH. BLOK
Kleinschmidt en zijn medewerkers [16] publiceerden in 1962 een interessante modificatie van de methode voor het opmeten van de zeer lange DNA-moleculen uit het bacteriële virus, dat aangeduid pleegt te worden met het symbool T2. Uit biochemische experimenten was bekend, dat de totale DNA-inhoud van één virusdeeltje overeenkomt met een moleculairgewicht van 100 a 130 miljoen. Men voegde nu niet het gezuiverde DNA uit het virus, doch het complete virus zelf aan de eiwitoplossing toe, die op het wateroppervlak werd uitgespreid. Door de plotselinge verandering van de osmotische druk rondom de virusdeeltjes bij de overgang van hoog naar laag zoutgehalte bleek de eiwitmantel van de deeltjes open te barsten, waarbij het DNA naar buiten kwam. De elektronenfoto's geven de gebarsten eiwitomhullingen te zien, waaruit in tal van lussen de DNA-draad naar buiten treedt. De totale lengte van de uit zulk een deeltje hangende draad bleek 50 micron te bedragen en kon worden bepaald met een fout van minder dan 10 %. Dit komt, als men het model van Watson en Crick accepteert, overeen met een moleculairgewicht van ruim 100 milljoen. De DNA-draad bevatte steeds slechts twee uiteinden, terwijl in de omgeving van een opengebroken deeltje geen andere draadresten werden aangetroffen. Hiermee werd bevestigd dat dit virus slechts één DNA-molecuul bevat en tevens werd het moleculairgewicht hiervan nauwkeuriger bepaald. Hoe dicht men reeds is genaderd tot de mogelijkheid de hoeveelheid erfelijke gegevens in een DNA-molecuul door lengtemeting te bepalen, blijkt uit enkele onderzoekingen betreffende de genetische inhoud van de bacteriofaag lambda [15, 17], Hierbij bleek, dat DNA-moleculen, geïsoleerd uit deletiemutanten, korter waren dan DNA uit het wilde type van het virus. Het volledig ontbreken van een deel van het patroon der erfelijke eigenschappen bleek dus fysisch te formuleren als de afwezigheid van een stuk van de DNAspiraal. Als men de elektronenmicroscoop gebruikt om lengten te meten van meer dan tien micron, terwijl de dikte niet in beschouwing wordt genomen, kan men zich afvragen, of men dit instrument nog wel nodig heeft. De sterke vergroting is zelfs niet eens bruikbaar. Een 100.000-voudige vergroting van een gestrekt liggende draad van 50 micron zou in het beeld een lengte geven van 5 meter. Men past daarom dan ook slechts een zo geringe instrumentale vergroting toe, dat de draad op het scintiUatleschenn met eeu loep juist zichtbaar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's