1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 87
„SCHEPPINGSGELOOF, NATUUR EN WETENSCHAP"
63
in de natuur". Dit stemt overeen met het al bij de eerste opmerking gesignaleerde feit dat Dippel de scheppingswerkelijkheid zeer ruim neemt: ook het technisch-cultureel tot stand gekomene behoort er toe (pag. 227). Dippel kiest hierin een duidelijk uitgangspunt dat volgt uit de bijbelse visie op de mens. Een uitgangspunt dat verschillende consequenties heeft. Wanneer de mens in deze arbeid Gods partner is, hoe heeft Hij de mens dan voor dat werk toegerust? Mogen we in alle zwakheid en beperktheid toch niet veronderstellen dat de mens enig intuïtief inzicht heeft? Is het zoeken naar geschikte hypothesen zuiver en alleen gokwerk? Of speelt hier toch iets van een intuitief inzicht doorheen? Een intuitief inzicht dat zonder experimentele verificatie weinig waard is, maar dat toch in de speurtocht naar de goede „beschrijvende verklaring" een belangrijke bijdrage kan leveren. Ik ben geneigd aan deze intuïtie naast de ervaring een plaats te geven; Dippels beschrijving op pag. 108 doet me veronderstellen dat hij hier minder voor voelt. Een andere, zeer urgente, vraag is wat we van dit partnerschap maken juist in deze eeuw. De macht die aan de mens gegeven is, blijkt geweldig groot te zijn. Maar wat zal deze in andere opzichten zo zwakke partner met deze macht beginnen? Hij kan de „natuur" hanteren, maar hoe kan hij als ,,hand van God" optreden? Op deze en dergelijke vragen zal Dippel waarschijnlijk in een volgend deel nader ingaan. 4.
Conclusie Bij allerlei vragen die het boek van De Jong en Dippel oproept (en ook dat is een goede zaak) kan zonder twijfel gezegd worden dat door de geboden analyse van de bij deze problematiek gebruikelijke begrippen reeds veel is verhelderd en veel misverstanden die leiden tot de in het begin genoemde moeilijkheden weggenomen of althans gereduceerd zijn. Met name moet hier genoemd worden de duidelijke plaats die de natuurwetenschap iimeemt in deze beschouwing. Enerzijds kan de natuurwetenschap niet boven de „physical reality" uitkomen; ze moet dus afzien van de pretentie deze werkelijkheid te verklaren of te beschrijven. Anderzijds is de mens in het natuurwetenschappelijk bedrijf partner van God in Zijn scheppingswerkzaamheid. Voor de poging een analyse te geven van de problemen, die rijzen rond deze gespannen situatie, moeten wij de schrijvers, en in hen de studiecommissie, dankbaar zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's