Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 21

2 minuten leestijd

GEN EN KENMERK

5

RNA, waarbij AMP en het activerend enzym vrijkomen. Het aminozuur wordt gebonden aan het adenine-cytosine-cytosine uiteinde van het transfer-RNA. Evenals bij het activerend enzym zijn er ook meerdere, verschillende transfer-RNA's, die ieder eveneens specifiek zijn voor één aminozuur. Die specificiteit zit niet in het uitende waar het aminozuur gebonden wordt, daar dit bij alle RNA's gelijk is. Zij wordt bepaald door de in de lus voorkomende ongewone stikstofbasen. Met deze lus hecht het transfer-RNA zich vast aan het boodschapperRNA. Wadr deze vasthechting van een bepaalde boodschapper-RNA zal plaats vinden hangt af van de basenvolgorde in het boodschapperRNA. Daar de basenvolgorde hiervan wordt bepaald door die van het DNA van het gen, zal deze laatste dus bepalend zijn voor de volgorde waarin de transfer-RNA moleculen zich aan het boodschapperRNA vasthechten en dus ook bepalend voor de volgorde der aminozuren in het te vormen eiwit. Het probleem is nu, hoe de basenvolgorde de plaats der aminozuren in het te vormen eiwit kan bepalen. De moeilijkheid zit hierin, dat de volgorde van vier verschillende stikstofbasen de volgorde moet bepalen van de ongeveer twintig verschillende aminozuren, die in de meeste eiwitten voorkomen. Een boodschap, geschreven in een alfabet met vier letters moet worden „vertaald" in dezelfde boodschap, maar dan geschreven in een alfabet met ongeveer twintig letters. Dit coderingsprobleem is niet oplosbaar bij de aanname, dat één base één aminozuur bepaalt. In dit geval kunnen slechts vier aminozuren worden gecodeerd. Wanneer er voor ieder aminozuur een combinatie van twee basen nodig is, is codering mogelijk van maximaal zestien aminozuren. Ook dit aantal is nog niet voldoende. Zijn er voor de codering van een aminozuur drie basen nodig, dan is het aantal mogelijke combinaties 64. Het is dus waarschijnlijk, dat elk „woord" van de DNA-code uit minstens drie „letters" moet bestaan. Aangenomen wordt, dat de juiste „lezing" van deze woorden of tripletten verzekerd wordt, doordat het lezen begint bij een gefixeerd beginpunt. Stel, dat een deel van een polynucleotide-keten de volgende basenvolgorde heeft:

ATTCGCATAGCA

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 21

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's